Wetshistoriek

Oorspronkelijk artikel, ingevoegd bij de bijzondere wet van 12 januari 1989 (BS 14 januari 1989).

Lees meer

Rechtspraak en adviezen

Advies 64.335/3 van de Raad van State van 9 november 2018 over een voorontwerp van decreet van de Vlaamse Gemeenschap ‘betreffende het overleg en de samenwerking met de Vlaamse Gemeenschapscommissie’

Blz. 4:

BEVOEGDHEID

3. Artikel 136, eerste lid, van de Grondwet luidt:

“Er bestaan taalgroepen in het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, en Colleges, bevoegd voor de gemeenschapsaangelegenheden; hun samenstelling, werking, bevoegdheden en, onverminderd artikel 175, hun financiering worden geregeld door een wet, aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid.”

Ter uitvoering hiervan heeft de bijzondere wetgever de bepalingen van boek III (‘Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 135 en 136 van de Grondwet’) van de bijzondere wet van 12 januari 1989 ‘met betrekking tot de Brusselse instellingen’ aangenomen. De decreetgever moet die bepalingen in acht nemen.

Gelet hierop moet het volgende worden opgemerkt over het voor advies voorgelegde voorontwerp.

[...]

C. De regeling van het bestuurlijk toezicht

6.1. In hoofdstuk 4 van het voorontwerp (artikelen 22 tot 28) wordt het bestuurlijk toezicht geregeld op de beslissingen van de VGC vermeld in artikel 21, § 1, van het aan te nemen decreet. Die beslissingen zijn de verordeningen van de Raad van de VGC, de besluiten van het College van de VGC, de beslissingen die dat College genomen heeft bij delegatie, de rechtspositieregeling van de personeelsleden die behoren tot de administratie van het college en de wijzigingen ervan, en de beleidsrapporten van de VGC.

6.2.1. Artikel 83 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 bepaalt:

“Elke Gemeenschap organiseert bij decreet het toezicht dat zij uitoefent over elke gemeenschapscommissie in de aangelegenheden vermeld in artikel 64, § 1.”

6.2.2. In advies 19.041/8 van 26 april 1989 oordeelde de Raad van State, afdeling Wetgeving, over de reikwijdte van het toezicht op de beslissingen van de Vlaamse Gemeenschapscommissie als volgt:

“Het ontwerp heeft tot doel het toezicht te organiseren dat de Vlaamse Executieve zal uitoefenen op de Vlaamse Gemeenschapscommissie die in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest werd opgericht bij de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen.

Twee bepalingen van de voornoemde bijzondere wet hebben uitdrukkelijk betrekking op dat toezicht : artikel 83 draagt aan de Vlaamse en de Franse Gemeenschap de bevoegdheid op om bij decreet het toezicht te organiseren dat zij respectievelijk op de Vlaamse en de Franse Gemeenschapscommissie zullen uitoefenen in de aangelegenheden vermeld in artikel 64, § 1, van die wet; artikel 81 onderwerpt, zijnerzijds, de beslissingen van de Colleges van de Vlaamse, de Franse en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie om met betrekking tot de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 64, § 1, en 65 tot onteigeningen ten algemenen nutte over te gaan, aan de machtiging van respectievelijk de Vlaamse Executieve, de Executieve van de Franse Gemeenschap en de Koning.

Het toepassingsgebied van de ontworpen regeling reikt echter verder, gelet o.m. op de algemene termen waarin de bepalingen betreffende het hanteren van het schorsings- en het vernietigingsrecht zijn geredigeerd (zie artikel 4 van het ontwerp, gelezen in samenhang met de in artikel 2, 3°, opgenomen definitie van ‘beslissingen’). De gemachtigde van de Executieve heeft overigens bevestigd dat het de bedoeling is dat het ontwerp in principe zou gelden ten aanzien van alle beslissingen die door de Vlaamse Gemeenschapscommissie of het College van die Gemeenschapscommissie worden getroffen, m.a.w. niet alleen ten aanzien van de beslissingen in de aangelegenheden vermeld in artikel 64, § 1, van de bijzondere wet van 12 januari 1989, maar ook ten aanzien van alle beslissingen in aangelegenheden die met toepassing van de artikelen 65 en 66 van dezelfde wet aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie werden opgedragen.

Een rechtsgrond voor het organiseren van een toezicht door de Vlaamse Gemeenschap op de beslissingen in de laatstgenoemde aangelegenheden kan hierin worden gevonden dat het om aangelegenheden gaat die de Vlaamse Gemeenschap vrij is al dan niet te delegeren, wat uiteraard impliceert dat die Gemeenschap vrij is de wijze waarop van de delegaties gebruik zal worden gemaakt aan toezicht te onderwerpen Voetnoot 7 van het geciteerde adviesVoetnoot 1 van het aangehaalde advies: In de memorie van toelichting wordt ook verwezen naar artikel 7 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, doch die wetsbepaling betreft enkel het administratief toezicht op de provincies, de gemeenten en de agglomeraties en de federaties van gemeenten en is dus uiteraard vreemd aan het toezicht dat door het hier aan de orde zijnde ontwerp wordt georganiseerd..” Voetnoot 8 van het geciteerde advies:  Adv.RvS 19.041/8 van 26 april 1989 over een voorontwerp dat heeft geleid tot het decreet van 5 juli 1989 ‘tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie’, Parl.St. Vl.R. 1988-89, nr. 209/1, 9.

6.2.3. Daar kan nog aan worden toegevoegd dat de VGC een ondergeschikt bestuur is van de Vlaamse Gemeenschap in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, en dit ongeacht of ze op grond van artikel 64 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 dezelfde bevoegdheden uitoefent als de andere inrichtende machten met betrekking tot cultuur, onderwijs en persoonsgebonden aangelegenheden, dan wel op grond van de artikelen 65 en 66 van diezelfde bijzondere wet verordeningsbevoegdheden uitoefent of individuele maatregelen en uitvoeringsmaatregelen treft die haar zijn overgedragen door het Vlaams Parlement. Het gaat om een vorm van decentralisatie die, naast de oprichting van een van het centrale bestuur gescheiden autonome geleding, als wezenskenmerk het bestuurlijk toezicht heeft dat de overheid erop uitoefent. Voetnoot 9 van het geciteerde advies:  Adv. RvS 29.929/8 van 23 november 1993 over een voorontwerp van decreet ‘betreffende de erkenning en subsidiëring van de vereniging zonder winstgevend doel ‘Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme’ en betreffende de overdracht van het beheer en de exploitatie van jeugdinfrastructuren aan die vereniging’, opmerking 2.2. Het Grondwettelijk Hof heeft ten aanzien van de Vergadering van de VGC dan ook in algemene bewoordingen geoordeeld dat het “geen wetgevende vergadering [is], maar een regelgevend orgaan dat aan het bestuurlijk toezicht van de Vlaamse Gemeenschap is onderworpen” Voetnoot 10 van het geciteerde advies:  GwH 25 maart 2003, nr. 35/2003, B.17.7..10

6.3. De decreetgever vermag dan ook in een bestuurlijk toezicht te voorzien op de in artikel 21, § 1, van het voorontwerp vermelde beslissingen van de VGC."

Zie, in dezelfde zin:

Advies van de Raad van State van 25 september 2020 over een voorontwerp van decreet van de Vlaamse Gemeenschap ‘tot wijziging van artikel 3 en 8 van het decreet van 5 juli 1989 tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie’, Parl.St. Vlaams Parlement 2020-2021, nr. 592/1, blz. 25.

Lees meer

Relevante regelgeving

Zie ook