Wetshistoriek

Oorspronkelijk artikel, ingevoegd bij de bijzondere wet van 12 januari 1989 (BS 14 januari 1989).

Lees meer

Rechtspraak en adviezen

Advies 56.733/2 van de Raad van State van 12 november  2014 over een voorontwerp van ordonnantie 'tot oprichting van een instelling van openbaar nut waarin het beheer van het preventie- en veiligheidsbeleid in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest is samengebracht', Parl.St. Brussels Hoofdstedelijk Parlement 2014-2015, nr. A-118/1

Blz. 26:

“Het voorliggende voorontwerp van ordonnantie strekt tot oprichting van een instelling van openbaar nut waarbinnen het administratief beheer van het preventie- en veiligheidsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt samengebracht.

In wezen zal die instelling met name belast worden met het voorbereiden en uitvoeren van de beslissingen die op het gebied van het preventie- en veiligheidsbeleid zullen worden genomen door de regering, de minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de hoge ambtenaar waarvan sprake is in artikel 48, derde lid, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 « met betrekking tot de Brusselse Instellingen ».

Zoals vermeld wordt in de memorie van toelichting, hebben de beslissingen die de voormelde gezagsdragers op preventie- en veiligheidsgebied moeten nemen, betrekking op bevoegdheden die nu eens zijn toegekend aan de Brusselse agglomeratie (die in het kader van de Zesde Staatshervorming wordt belast met veiligheidsopdrachten die tot de federale bevoegdheid behoren)Voetnoot 2 van het geciteerde advies: Wanneer de instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, overeenkomstig artikel 166, § 2, van de Grondwet, de opdrachten met betrekking tot veiligheidsaangelegenheden uitoefenen die aan de Brusselse agglomeratie zijn toegewezen, treden zij op volgens de methode van het medebewind in een aangelegenheid die federaal is gebleven., dan weer zijn toegekend aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (bijvoorbeeld de bevoegdheden inzake milieu en stedenbouw, bedoeld artikel 4, § 2, van het voorontwerp).

Uit artikel 5, eerste lid, van de voormelde bijzondere wet van 12 januari 1989 en uit artikel 9 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 « tot hervorming der instellingen », dat op het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toepasselijk is verklaard bij artikel 4, eerste lid, van dezelfde bijzondere wet van 12 januari 1989, blijkt dat het aan de ordonnantiegever staat de instelling van openbaar nut, waarvan sprake is in het voorontwerp, op te richten. Niets staat eraan in de weg dat die instelling belast wordt met zowel opdrachten die tot de federale bevoegdheden als opdrachten die tot de gewestelijke bevoegdheden behoren.”

Lees meer

Advies 64.096/2/V van de Raad van State van 10 september 2018 over een voorontwerp van ordonnantie ‘tot wijziging van de ordonnantie  van 28 mei 2015 tot oprichting van een instelling van openbaar nut waarin het beheer van het preventie- en veiligheidsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is samengebracht’, Parl.St. Brussels Hoofdstedelijk Parlement 2018-2019, nr. A-775/1

Blz. 27:

“[ALGEMENE OPMERKINGEN]

De verplichte samenbrenging binnen Brusafe van « [operators] uit het onderwijs en de opleidingen op het gebied van preventie, veiligheid en hulpdiensten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest » – en de daaruit voortvloeiende verplichtingen – is echter alleen denkbaar als die operators onder de bevoegdheden van het Gewest vallen, waarbij het hetzij gaat om operators die actief zijn in aangelegenheden waarvoor het Gewest bevoegd is, hetzij om instellingen die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft opgericht, uitvoering gevend aan de bevoegdheden van de Brusselse agglomeratie Voetnoot 6 van het geciteerde advies: Zie artikel 5 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 « met betrekking
tot de Brusselse Instellingen ».
.

Wat dat betreft moet worden opgemerkt dat de toezichtsbevoegdheid die het Gewest over de plaatselijke besturen uitoefent, als dusdanig niet kan betekenen dat het de deelname aan Brusafe en de verplichtingen die daaruit voortvloeien, kan opleggen aan bijvoorbeeld de intercommunales. Tevens valt op te merken dat het niet volstaat gewoon te vermelden dat « de institutionele autonomie » van de operators gegarandeerd wordt Voetnoot 7 van het geciteerde advies: Zie het ontworpen artikel 10/18, § 2, tweede lid (« zonder afbreuk te
doen aan de institutionele autonomie van de [bedoelde] operators »), en het ontworpen artikel 10/30, § 1, derde lid (« Iedere [operator] behoudt zijn institutionele autonomie »).
, om de hierboven geschetste moeilijkheden te voorkomen Voetnoot 8 van het geciteerde advies: Dat is des te minder het geval wanneer men bepaalde onduidelijke passages leest van de bespreking van het ontworpen artikel 10/18, waarin het volgende staat : « De Vereniging zal in het kader van de uitoefening van de hiervoor bedoelde taken in beginsel de institutionele autonomie van de onder deze ordonnantie vallende [operators] verstoren (lees : nooit verstoren), maar het valt niet uit te sluiten dat zij op een bepaald moment bij een strategische beslissing het standpunt van de [operators] niet kan volgen, zodat de Regering uitzonderingen zou kunnen maken in verband met de goede werking, het beheer, de doelen of de taken van de Vereniging en met uitzondering van wat toebehoort aan de opdrachten die hen per activiteitssector zijn toevertrouwd op grond van een specifieke wetgeving »..(8)

Wat betreft de handelwijze om instellingen die niet onder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ressorteren samen te brengen, wordt ten slotte verwezen naar algemene opmerking 6 van advies 63.914/2/V, dat op 27 augustus 2018 gegeven is over een voorontwerp van ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest « tot wijziging van de ordonnantie van 28 mei 2015 tot oprichting van een instelling van openbaar nut waarin het beheer van het preventie- en veiligheidsbeleid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is samengebracht. ».”

Lees meer