Wetshistoriek

Ingevoegd bij de bijzondere ordonnantie van 19 april 2018 (BS 27 april 2018)

Lees meer

Parlementaire voorbereiding

Parlementaire voorbereiding van de wijzigingen aangebracht bij de bijzondere ordonnantie van 19 april 2018 tot wijziging van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen en ertoe strekkende de directe...

Voorstel van bijzondere ordonnantie tot wijziging van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen en ertoe strekkende de directe democratie te versterken door afschaffing van de lijst van de opvolgers voor de gewestverkiezingen. (Parl.St. Brussels Hoofdstedelijk Parlement 2017-2018, nr. A586/1

Blz. 1 – 6 :

Toelichting

 Om de burgers meer vertrouwen te geven in de Belgische instellingen en het behoorlijk bestuur verder te verbeteren, stellen de indieners van het voorstel voor om het bestaande kiesstelsel te wijzigingen voor de verkiezingen van het Brussels Parlement en aldus de stem van de kiezer zwaarder te laten doorwegen.

Nu zijn de gekozen kandidaten niet noodzakelijk degenen die de meeste stemmen gekregen hebben. Een effectieve kandidaat heeft altijd voorrang op de opvolger, ook al heeft die laatste meer stemmen binnengehaald. In het huidige systeem, wordt een ontslagnemende of verhinderde effectieve kandidaat vervangen door een volksvertegenwoordiger in de lijst van de opvolgers, ook al heeft die opvolger minder stemmen dan niet gekozen effectieve kandidaten. Het ontbreekt de huidige regeling dus aan eenvoud, duidelijkheid en samenhang voor de kiezer.

Er zij ten slotte op gewezen dat de lijst met de huidige 72 effectieve kandidaten wordt aangevuld met een lijst van 16 effectieve kandidaten, wat het totale aantal kandidaten op 88 brengt, wat te veel is en zorgt voor steeds meer onduidelijkheid bij de verkiezing van de leden van het Brussels Parlement.

Het institutioneel akkoord voor de zesde staatshervorming van 11 oktober 2011 heeft het Brussels Gewest constitutieve autonomie gegeven. De regels voor de samenstelling, de opvolgers en de invoering van een gewestelijk kiesarrondissement zijn voortaan een bevoegdheid van het Gewest.

Die constitutieve autonomie blijft, in het geval van het Brussels Gewest, wel beperkt tot al wat te maken heeft met de garanties voor Frans- en Nederlandstaligen (gewaarborgde vertegenwoordiging) die een exclusieve bevoegdheid blijven van de federale bijzondere wetgever.

Met toepassing van dat akkoord, werden de artikelen 118 en 123 van de Grondwet gewijzigd. De bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen is ook gewijzigd door de bijzondere wet van 6 januari 2014. De constitutieve autonomie van het Brussels Gewest wordt voortaan geregeld bij bijzondere ordonnanties.

Overeenkomstig artikel 28 van de bijzondere wet van 12 januari 1989, moeten die, om geldig aangenomen te kunnen worden, goedgekeurd worden bij tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van het parlement aanwezig is, maar ook dat de absolute meerderheid van de stemmen in elke taalgroep gehaald wordt.

 De indieners van het voorstel van bijzondere ordonnantie willen komaf maken met het onderscheid tussen effectieve kandidaten en opvolgers, zoals bedoeld in artikel 16bis van de bovenvermelde bijzondere wet en artikel 29ter en volgende van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980. Bijgevolg stellen zij de invoering voor van één enkele lijst met effectieve kandidaten.

Dit voorstel stelt voor om inspiratie te putten uit het systeem met kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen. De opvolgers zouden bestaan uit de eerste niet gekozen kandidaten op de lijst. De indieners van het voorstel maken de analyse dat die wijziging de democratische legitimiteit sterk zal verbeteren en de echte macht van de kiezers bij de keuze van de gekozenen zal uitbreiden. Zij herinneren eraan dat de huidige samenstelling met twee onderscheiden lijsten van effectieve kandidaten en opvolgers het politieke gekonkel alleen maar bevordert en de kiesuitslag onduidelijker maakt voor de kiezers.

 De indieners onderstrepen ook dat, gedurende de zittingsperiode 2009-2014, in het gewestparlement niet minder dan 28 opvolgers uittredende of door ministeriële functies verhinderde parlementsleden vervangen hebben. Met andere woorden, 31,5 % van het Brusselse Parlement is tijdens de vorige zittingsperiode vervangen door opvolgers. Er zijn 19 Franstalige opvolgers geweest, i.e. 26,4 % van de Brusselse Franstalige parlementsleden (5 MR, 6 PS, 4 cdH, 4 Ecolo) en 9 Nederlandstalige opvolgers, i.e. 53 % van de Brusselse Nederlandstalige parlementsleden (1 sp.a, 4 Open Vld, 3 CD&V, 1 Groen, 0 Vlaams Belang en 0 N-VA).

Sinds de gewestverkiezingen van 2014, werden 9 parlementsleden op 89 vervangen door opvolgers, dat is iets meer dan 10 % van het Brussels Parlement : 7 Franstaligen (3 DéFI, 3 PS, 1 cdH) en 2 Nederlandstaligen (1 Open Vld, 1 sp.a).

Commentaar bij de artikelen

 [...]

Artikel 2

Deze bepaling schrapt elke verwijzing naar het stelsel van opvolging dat in het Brussels Gewest van toepassing is.

Artikel 3

Deze bepaling wijzigt en vult de nadere regels aan die van toepassing zijn bij de zetelverdeling in het Brussels Parlement. De bepaling voegt ook een verwijzing toe naar de nieuwe artikelen 20bis en 20ter van de wet van 12 januari 1989.

Artikel 4

Deze bepaling voegt in de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen een nieuw artikel 20bis in. Zij schrapt inzonderheid de verwijzing naar de kandidaat-opvolgers waarvan sprake in artikel 29octies, tweede lid van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen.

Artikel 5

Dit artikel voert een nieuwe regeling in voor de niet gekozen kandidaten bij de verkiezingen van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Om de coherentie tussen de gemeenteraadverkiezingen en de gewestraadverkiezingen te garanderen, neemt dat stelsel de bestaande regels van het Brusselse gemeentelijke kieswetboek over.

Bij de komende verkiezingen voor het Brussels Parlement, worden de niet gekozen kandidaten met het hoogste aantal stemmen of, ingeval van staking van stemmen, in de volgorde van inschrijving op het stembiljet, eerste, tweede, derde opvolger enz. verklaard. Maar vóór hun aanwijzing, zal het gewestbureau overgaan tot een nieuwe individuele toekenning, aan de niet gekozen kandidaten, van de helft van het aantal stemmen die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht.

Die toekenning verloopt op dezelfde manier als voor de aanwijzing van de gekozenen van het Brussels Parlement, maar te beginnen met de eerste van de niet gekozen kandidaten, in de volgorde van inschrijving op het stembiljet.

Voorstel van bijzondere ordonnantie

[...]

HOOFDSTUK 2

Wijziging van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen

 Artikel 2

In § 1 van artikel 16bis van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, worden het eerste en het tweede lid opgeheven. Het derde en het vierde lid worden als volgt vervangen :

« De akte van voordracht van de kandidaten voor een mandaat van parlementslid geeft de volgorde aan waarin die kandidaten voorgedragen worden.

Geen enkele lijst mag een aantal kandidaten tellen dat groter is dan dat van de te verkiezen leden. ».

Het zevende lid wordt als volgt vervangen :

« De eerste twee kandidaten voor een mandaat van parlementslid op elk van de lijsten mogen niet tot hetzelfde geslacht behoren. ».

Artikel 3

 In artikel 20 van dezelfde bijzondere wet, wordt § 3, eerste lid, als volgt vervangen :

« Het gewestbureau verdeelt vervolgens, indien nodig, de zetels die elke groep van lijsten aldus behaald heeft onder de lijsten waaruit de groep bestaat en gaat over tot de zetelverdeling volgens de nadere regels vervat in de artikelen 20bis en 20ter en in de artikelen 29ter, 29quater, 29octies, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 29nonies, vierde lid, en 29nonies1, van de bijzondere wet. ».

Artikel 4

In dezelfde bijzondere wet, wordt een artikel 20bis ingevoegd, luidend :

« Art. 20bis.- Wanneer het aantal kandidaten van een lijst hoger is dan dat van de aan de lijst toekomende zetels, worden de zetels toegewezen aan de kandidaten in dalende volgorde van het aantal stemmen die zij behaald hebben. Bij staking van stemmen, primeert de volgorde van voordracht. Voorafgaand aan de aanwijzing van de gekozenen, gaat het gewestbureau over tot de individuele toekenning, aan de kandidaten, van de helft van het aantal lijststemmen die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht van die kandidaten. Die helft wordt verkregen door het totaal van het aantal lijststemmen te delen door twee.

De toekenning van die lijststemmen gebeurt devolutief. De toe te kennen lijststemmen worden gevoegd bij de naamstemmen die de eerste kandidaat op de lijst gehaald heeft, naar rato van wat nodig is om het specifieke verkiesbaarheidscijfer voor elke lijst te halen. Het overschot, indien er een is, wordt in soortgelijke verhouding, toegekend aan de tweede kandidaat, dan aan de derde enzovoort, tot de helft van het aantal lijststemmen die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht van die kandidaten uitgeput is. ».

Artikel 5

In dezelfde bijzondere wet, wordt een artikel 20ter ingevoegd, luidend :

 « Art. 20ter.- Op elke lijst waarop een of meer kandidaten gekozen worden overeenkomstig artikel 20bis en overeenkomstig artikel 29octies, eerste, vierde en vijfde lid van de bijzondere wet, worden de niet gekozen kandidaten met het hoogste aantal stemmen of, ingeval van staking van stemmen, in de volgorde van inschrijving op het stembiljet, eerste, tweede, derde opvolger enzovoort verklaard.

Voorafgaand aan hun aanwijzing, gaat het gewestbureau, dat de gekozenen aangewezen heeft, over tot een nieuwe individuele toekenning, aan de niet gekozen kandidaten, van de helft van het aantal lijststemmen die gunstig zijn voor de volgorde van voordracht, zoals bepaald in artikel 20bis, eerste lid. Die toekenning verloopt zoals voor de aanwijzing van de gekozenen, maar te beginnen met de eerste van de niet gekozen kandidaten, in de volgorde van inschrijving op het stembiljet. ».”

Lees meer

Verslag (Parl.St. Brussels Hoofdstedelijk Parlement 2017-2018, nr. A586/2)

Lees meer

Relevante regelgeving