Trefwoorden:Franse Gemeenschapscommissie, middelen, gemeenschapscommissie, Vlaamse Gemeenschapscommissie, middelen
Annot. Art. 83ter
Art. 83ter.
§ 1. Vanaf het begrotingsjaar 1995 trekt het Brussels Hoofdstedelijk Parlement jaarlijks op zijn begroting een speciale dotatie uit voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie, voor het onderwijs bedoeld in artikel 79bis, eerste lid.
Het basisbedrag voor deze dotatie wordt voor het begrotingsjaar 1992 vastgesteld op 1,050 miljard frank.
Voor het begrotingsjaar 1995 wordt deze dotatie verdeeld volgens de sleutel 55 pct. voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie en 45 pct. voor de Franse Gemeenschapscommissie. Vanaf het begrotingsjaar 1996 wordt deze dotatie verdeeld volgens de sleutel van 38 pct. voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie en 62 pct. voor de Franse Gemeenschapscommissie. Vanaf het begrotingsjaar 1999 wordt deze verdeelsleutel aangepast aan het percentage leerlingen dat op 31 december van het voorafgaande jaar ingeschreven was in het Nederlandstalig en het Franstalig onderwijs, bedoeld in artikel 79bis.
§ 2. Vanaf het begrotingsjaar 1995 trekt het Brussels Hoofdstedelijk Parlement jaarlijks op zijn begroting een speciale dotatie uit voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie. Het basisbedrag van deze dotatie is gelijk aan het bedrag dat op 1 januari 1992 op de begroting van de provincie Brabant uitgetrokken was voor provinciale taken op het in artikel 2, § 1, bedoelde grondgebied, die behoren tot de bevoegdheid van één van beide Gemeenschapscommissies, de Vlaamse Gemeenschap of de Franse Gemeenschap.
Deze dotatie wordt verdeeld volgens de verdeelsleutel van 20 pct. voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie en 80 pct. voor de Franse Gemeenschapscommissie.
§ 3. Vanaf het begrotingsjaar 1995 trekt het Brussels Hoofdstedelijk Parlement jaarlijks op zijn begroting een speciale dotatie uit voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Het basisbedrag van deze dotatie is gelijk aan het bedrag dat op 1 januari 1992 op de begroting van de provincie Brabant uitgetrokken was voor provinciale taken op het in artikel 2, § 1, bedoelde grondgebied, die behoren tot de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
§ 4. De in de §§ 1, 2, en 3 bedoelde basisbedragen worden jaarlijks aangepast aan de gemiddelde ontwikkeling van de lonen in de diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering sedert 1992. Die gemiddelde ontwikkeling is gelijk aan de gemiddelde ontwikkeling van de maximumloonschaal overeenstemmend met de hoogste gewone graad van elk van de niveaus in de diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering waarbij die ontwikkeling wordt vastgesteld tussen 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van de aanpassing en 1 januari van het jaar zelf van de aanpassing en waarbij dat gemiddelde wordt aangepast aan de ontwikkeling, over dezelfde periode, van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig het stelsel van indexkoppeling dat van toepassing is in de openbare sector.
Op voorstel van zijn regering kan het Parlement de in het vorige lid bedoelde bedragen verhogen.