Trefwoorden:Franse Gemeenschapscommissie, Franse Gemeenschapscommissie, college, Franse Gemeenschapscommissie, vergadering, Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, verenigd college, ... (toon meer)
Annot. Art. 60
Art. 60.
Er zijn drie instellingen met rechtspersoonlijkheid voor de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld bij de artikelen 135, en 136, van de Grondwet.
De instelling die bevoegd is voor de aangelegenheden van de Vlaamse Gemeenschap van Brussel-Hoofdstad, hierna "de Vlaamse Gemeenschapscommissie" genoemd, heeft als organen de Nederlandse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en een college bestaande uit de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de gewestelijke staatssecretarissen die tot de Nederlandse taalgroep behoren.
De instelling die bevoegd is voor de aangelegenheden van de Franse Gemeenschap van Brussel-Hoofdstad, hierna "de Franse Gemeenschapscommissie" genoemd, heeft als organen de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en een college bestaande uit de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de gewestelijke staatssecretarissen die tot de Franse taalgroep behoren.
De instelling die bevoegd is voor de gemeenschapsaangelegenheden gemeen aan beide Gemeenschappen van Brussel-Hoofdstad, hierna "de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie" genoemd, heeft als organen een verenigde vergadering bestaande uit de leden van de taalgroepen bedoeld bij het tweede en het derde lid en een verenigd college bestaande uit de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
Voor de bevoegdheden die de Vlaamse Gemeenschapscommissie alleen uitoefent omvat de in het tweede lid bedoelde taalgroep bovendien vijf leden die overeenkomstig artikel 60bis worden verkozen.
Binnen de beperkingen van artikel 25 en onverminderd artikel 83, bepaalt de Vergadering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie het bedrag van de aan deze vijf leden toegekende vergoeding, alsook hun pensioenstelsel en de terugbetaling van hun verplaatsingskosten.
De lasten die voortvloeien uit de toepassing van het vijfde en het zesde lid worden gefinancierd middels de begroting van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.