Trefwoorden:Brusselse agglomeratie
Annot. Art. 56
Art. 56.
De leden van het personeel van de Brusselse agglomeratie mogen aan de diensten van de Regering en aan openbare instellingen worden overgedragen.
Na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel, bepaalt de Regering de diensten of de personeelsleden die met die overdracht zijn bedoeld, evenals de datum en de nadere regelen voor die overdracht.
De personeelsleden van de Brusselse agglomeratie worden overgedragen in hun graad of een gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid.
Zij behouden ten minste de bezoldiging en de anciënniteit die zij hadden of zouden hebben verkregen indien zij in hun dienst van herkomst het ambt hadden blijven uitoefenen dat zij bij hun overdracht bekleedden.
De rechtstoestand van die personeelsleden blijft geregeld door de ter zake geldende bepalingen zolang de overheid waaraan zij worden overgedragen, haar bevoegdheid ter zake niet heeft uitgeoefend.
Het bedrag van het pensioen dat zal worden toegekend aan de personeelsleden die ter uitvoering van deze bepaling werden overgedragen, evenals het pensioen van hun rechthebbenden, mag niet kleiner zijn dan het pensioenbedrag dat aan de betrokkenen zou zijn toegekend overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen die op hen van toepassing waren op het tijdstip van de overdracht, maar rekening houdend met de wijzigingen die deze bepalingen later zouden hebben ondergaan krachtens algemene maatregelen die van toepassing zijn op de instelling waartoe zij op het tijdstip van de overdracht behoorden.
De Koning kan, op voordracht van de Minister die bevoegd is voor de pensioenen, nadere regels stellen voor de tenlasteneming van de bijkomende uitgaven die voortvloeien uit de waarborgen bepaald in het zesde lid.