Annot. Art. 47
Art. 47.
§ 1. Bij overgangsmaatregel, tot aan de installatie van de organen van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, worden de machten aan het Parlement en aan de Regering toegewezen bij Boek I van deze wet, respectievelijk uitgeoefend door de Kamers en door de Koning overeenkomstig de gecoördineerde wet van 20 juli 1979 tot oprichting van voorlopige gemeenschaps- en gewestinstellingen.
§ 2. Na er de toelating toe gekregen te hebben van het Parlement, bepaalt de Regering de datum waarop elk van de bepalingen van artikel 2, B, C en D van de wet van 21 augustus 1987 tot wijziging van de wet houdende organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten en houdende bepalingen betreffende het Brusselse Gewest, hierna genoemd "de wet van 21 augustus 1987", in werking treedt. Artikel 30, § 3, van de wet van 21 augustus 1987 wordt opgeheven.
§ 3. De Regering oefent de bevoegdheden uit toegekend aan de Koning bij de wet van 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en federaties van gemeenten en de wet van 21 augustus 1987 wat betreft de Brusselse agglomeratie.
§ 4. Het Parlement kan alle financiële middelen aanwenden die hem worden toegekend voor de financiering van zowel de begroting met betrekking tot de aangelegenheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet als de begroting met betrekking tot de aangelegenheden bedoeld in artikel 166, § 2, van de Grondwet.