Trefwoorden:Brussels Hoofdstedelijk Gewest, financiering
Annot. Art. 46bis
Art. 46bis.
Vanaf het begrotingsjaar 2002 worden bijzondere middelen ten laste van de federale overheid verdeeld onder de gemeenten waarvan het college van burgemeester en schepenen is samengesteld in overeenstemming met artikel 279 van de nieuwe gemeentewet of waarvan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt voorgezeten in overeenstemming met het voornoemde artikel.
Het basisbedrag van deze middelen is gelijk aan 24 789 352,48 EUR. Vanaf 2003 wordt dat bedrag jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen en aan de reële groei van het bruto nationaal inkomen van het betrokken begrotingsjaar op de wijze bepaald in artikel 47, § 2, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten.
Deze middelen bestaan uit een gedeelte van de opbrengst uit de personenbelasting.
Deze middelen worden verdeeld onder de in het eerste lid bedoelde gemeenten volgens de criteria en de wegingen bepaald in de artikelen 5 tot 15 van de ordonnantie van 21 december 1998 tot vaststelling van de regels voor de verdeling van de algemene dotatie aan de gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. De middelen worden aan elke betrokken gemeente toegekend a rato van de periode van het jaar waarin deze voldoet aan de in het eerste lid bepaalde voorwaarde.
De regering verdeelt de bijzondere dotatie en keert het aandeel van de betrokken gemeenten uit, overeenkomstig de mechanismen van de voornoemde ordonnantie. Voor de eerste keer wordt de bijzondere dotatie echter verdeeld vóór 31 januari 2002.