Trefwoorden:Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zitting parlement, gemeenschaps- en gewestparlementen, zitting
Annot. Art. 27
Art. 27.
Bij de opening van iedere zitting, wordt het Parlement voorgezeten door het oudste lid in jaren, bijgestaan door het jongste lid van elke taalgroep.
Het Parlement verkiest onder zijn leden zijn voorzitter, zijn eerste ondervoorzitter, zijn ondervoorzitters en zijn secretarissen. Deze vormen het bureau van het Parlement. De voorzitter en de eerste ondervoorzitter behoren tot een verschillende taalgroep.
Ten minste een derde van de leden van het bureau moet behoren tot de kleinste taalgroep.
De voorzitter uitgezonderd, worden de leden van het bureau verkozen bij volstrekte meerderheid binnen de taalgroep waartoe ze behoren.
Artikel 33, § 2, van de bijzondere wet is van overeenkomstige toepassing op de verkiezing van de leden van het bureau.