Trefwoorden:Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vergoeding parlementslid, parlementslid, vergoeding
Annot. Art. 25
Art. 25.
§ 1. Het Parlement bepaalt het bedrag van de vergoeding die aan zijn leden wordt toegekend. Deze vergoeding heeft hetzelfde statuut als de vergoeding van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, welke zij niet mag overschrijden. Zij mag worden gecumuleerd met de vergoeding toegekend door een ander Parlement, voor zover de gecumuleerde vergoeding de vergoeding van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers niet overschrijdt. Indien de gecumuleerde vergoeding de vergoeding van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers overschrijdt, wordt de vergoeding toegekend door het Parlement waarvoor het lid niet rechtstreeks gekozen is, dienovereenkomstig verminderd.
Het Parlement bepaalt de vergoeding van de leden van zijn bureau.
Het Parlement stelt ook de pensioenregeling van zijn leden vast en bepaalt de wijze waarop hun reiskosten worden terugbetaald.
§ 1bis. Het bedrag van de vergoedingen, wedden of presentiegelden, ontvangen als bezoldiging voor de door het lid van het Parlement naast zijn parlementair mandaat uitgeoefende activiteiten, mag de helft van het bedrag van de met toepassing van paragraaf 1 toegekende vergoeding niet overschrijden.
Voor de berekening van dat bedrag komen in aanmerking de vergoedingen, wedden of presentiegelden voortvloeiend uit de uitoefening van een openbaar mandaat, openbare functie of openbaar ambt van politieke aard. Daaronder vallen onder meer de vergoedingen rechtstreeks of onrechtstreeks ontvangen ingevolge de uitoefening van functies in raden van bestuur, de adviesraden en de directiecomités:

a) van de intercommunale en interprovinciale verenigingen;

b) van de rechtspersonen waarop een overheid of verschillende overheden samen rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed uitoefenen:

– door ofwel met deze rechtspersonen een beheerscontract of bestuursovereenkomst af te sluiten;

– door ofwel, rechtstreeks of onrechtstreeks, meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, beheers-, of directieorgaan aan te wijzen of door een of meerdere personen aan te wijzen die het toezicht in hun midden moeten uitoefenen;

– door ofwel, rechtstreeks of onrechtstreeks, de meerderheid van het geplaatst kapitaal te bezitten;

– door ofwel, rechtstreeks of onrechtstreeks, te beschikken over de meerderheid van de stemmen verbonden aan de door de rechtspersoon uitgegeven aandelen;

c) van rechtspersonen waarin het parlementslid door een beslissing van een overheid deel uitmaakt van de raad van bestuur, de adviesraad of het directiecomité.

De vergoedingen, wedden of presentiegelden voortvloeiend uit de uitoefening van bijzondere functies zoals vastgesteld door het reglement van het Parlement, van de verenigde vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, van de vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie of van de vergadering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, worden eveneens in aanmerking genomen voor de berekening van het bedrag.
Zo het in het eerste lid vastgestelde plafond wordt overschreden, wordt de in paragraaf 1 vastgestelde vergoeding verminderd, behalve wanneer het mandaat van lid van het Parlement wordt gecumuleerd met een mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn. In dat geval wordt de wedde van burgemeester, schepen of voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn verminderd.
Nemen de in het eerste en tweede lid vermelde activiteiten een aanvang of een einde tijdens de duur van het parlementair mandaat, dan brengt het lid de parlementsvoorzitter daarvan op de hoogte.
Het reglement van het Parlement stelt nadere regels voor de uitvoering van deze bepalingen.
De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de voorzitter van het Parlement, van de verenigde vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, van de vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie of van de vergadering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
§ 2. De lasten voortvloeiend uit de toepassing van § 1 worden gedragen door de begroting van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.