Trefwoorden:Brussels Hoofdstedelijk Gewest, verkiezing parlement, constitutieve autonomie, taalgroep
Annot. Art. 20
Art. 20.
§ 1. Het stemcijfer van iedere lijst wordt bepaald door de optelling van het getal der stembiljetten waarop op geldige wijze voor die lijst gestemd is.
§ 2. Alvorens over te gaan tot de verdeling van de toe te wijzen zetels, worden 72 zetels omgeslagen over alle lijstengroepen van kandidaten van de Franse taalgroep en worden 17 zetels omgeslagen over alle lijstengroepen van kandidaten van de Nederlandse taalgroep.
Worden enkel toegestaan voor de zetelverdeling:
1° de lijstenverbindingen van kandidaten van de Franse taalgroep van het Parlement, of de lijsten die deel uitmaken van deze taalgroep en die geacht worden een dergelijke verbinding te vormen overeenkomstig artikel 16bis, § 2, die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen ten gunste van al deze lijstenverbindingen of van de als lijstenverbindingen beschouwde lijsten, behaald hebben;
2° de lijstenverbindingen van kandidaten van de Nederlandse taalgroep van het Parlement, of de lijsten die deel uitmaken van deze taalgroep en die geacht worden een dergelijke verbinding te vormen overeenkomstig artikel 16bis, § 2, die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen ten gunste van al deze lijstenverbindingen of van de als lijstenverbindingen beschouwde lijsten, behaald hebben;
3° de lijsten van kandidaten voorgedragen voor de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van het Vlaams Parlement, die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen ten gunste van al deze lijsten behaald hebben.
Het gewestbureau berekent voor elke taalgroep een kiesdeler door het algemene totaal van de stembrieven waarmee een geldige stem wordt uitgebracht op de lijsten van kandidaten van een taalgroep te delen door 72 voor de Franse taalgroep en door 17 voor de Nederlandse taalgroep. Het kiescijfer van elke groep van lijsten wordt gevormd door de optelling van het aantal stembrieven waarmee een geldige stem wordt uitgebracht op de lijsten van die groep.
Het gewestbureau deelt de kiescijfers van de groepen van lijsten door de kiesdeler die op hen betrekking heeft en stelt voor elke groep van lijsten het kiesquotiënt vast, waarvan de eenheden overeenkomen met het aantal onmiddellijk verworven zetels. Het deelt vervolgens die kiescijfers achtereenvolgens door 1, 2, 3, enz. als de groep nog geen enkele definitief verworven zetel zou hebben; door 2, 3, 4, enz. als de groep slechts één enkele verworven zetel zou hebben; door 3, 4, 5, enz., als de groep twee zetels zou hebben verworven; enz. De eerste deling gebeurt telkens door een cijfer dat gelijk is aan het totale aantal zetels dat de groep zou halen als ze de eerste van de nog toe te wijzen zetels zou krijgen.
Het bureau rangschikt de quotiënten volgens hun grootte tot een aantal quotiënten wordt verkregen dat gelijk is aan het nog toe te wijzen aantal zetels; bij elke nuttige quotiënt wordt een extra zetel toegekend aan de groep waarop het betrekking heeft. Bij gelijke quotiënten wordt de overblijvende zetel toegekend aan de groep van lijsten met het hoogste kiescijfer.
§ 3. Het gewestbureau verdeelt vervolgens, indien nodig, de zetels die elke groep van lijsten aldus behaald heeft onder de lijsten waaruit de groep bestaat en gaat over tot de zetelverdeling volgens de nadere regels vervat in de artikelen 20bis en 20ter en in de artikelen 29ter, 29quater, 29octies, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 29nonies, vierde lid en 29nonies1, van de bijzondere wet.
Het Parlement kan bij ordonnantie het vorige lid wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen wat de regels van artikel 29octies, tweede lid, en 29nonies, eerste tot derde lid, van de bijzondere wet betreft.