Trefwoorden:Brussels Hoofdstedelijk Gewest, verkiezing parlement, constitutieve autonomie
Annot. Art. 16bis
Art. 16bis.
§ 1. (opgeheven)
(opgeheven)
De akte van voordracht van de kandidaten voor een mandaat van parlementslid geeft de volgorde aan waarin die kandidaten voorgedragen worden.
Geen enkele lijst mag een aantal kandidaten tellen dat groter is dan dat van de te verkiezen leden.
Alleenstaande kandidaturen voor de effectieve mandaten worden geacht ieder een afzonderlijke lijst te vormen.
Op straffe van nietigheid moet elke kandidaat op elke lijst van een ander geslacht zijn dan de vorige kandidaat in de volgorde van de lijst.
In afwijking van het eerste lid, mag de kandidaat op de derde plaats van hetzelfde geslacht zijn als de kandidaat op de tweede plaats. 
(opgeheven)
Het Parlement kan bij ordonnantie de bepalingen van de leden 1 tot 4 en 6 en 7 wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
De voordracht van de kandidaten, titularissen en opvolgers, wijst de volgorde aan waarin deze kandidaten in elk van de twee categorieën worden voorgedragen.
Een kiezer mag niet meer dan één voordracht voor dezelfde verkiezing ondertekenen. De kiezer die dit verbod overtreedt, is strafbaar met de straffen bepaald bij artikel 202 van het Kieswetboek.
§ 2. Binnen zeven dagen die volgen op de definitieve vaststelling van de lijsten, kunnen twee of meer lijsten van kandidaten van eenzelfde taalgroep een wederzijdse verklaring van lijstenverbinding doen met het oog op de toepassing van artikel 20. Een lijst waarvoor geen verklaring van lijstenverbinding wordt afgelegd, wordt geacht een groep te vormen met het oog op de toepassing van artikel 20.