Trefwoorden:Brussels Hoofdstedelijk Gewest, samenstelling parlement, constitutieve autonomie
Annot. Art. 10bis
Art. 10bis.
Het lid van het Parlement dat door het Parlement gekozen is tot lid van de regering of tot gewestelijk staatssecretaris, houdt onmiddellijk op zitting te hebben en neemt zijn mandaat weer op wanneer zijn ambt van lid van de regering of van gewestelijk staatssecretaris eindigt. Hij wordt vervangen door de eerste opvolger van de lijst waarop hij gekozen is die in aanmerking komt.
Het lid van de regering of de gewestelijke staatssecretaris die ontslag heeft genomen kan echter na een volledige vernieuwing van het Parlement zijn ambt van lid van de regering of van gewestelijk staatssecretaris verenigen met het mandaat van lid van het Parlement tot de verkiezing van een nieuwe regering.
§ 2. Het lid van het Parlement dat tot lid van de Vlaamse regering of van de regering van de Franse Gemeenschap is gekozen houdt onmiddellijk op zitting te hebben en neemt zijn mandaat opnieuw op wanneer zijn ambt van lid van de regering eindigt. Hij wordt vervangen door de eerste opvolger van de lijst waarop hij gekozen is die in aanmerking komt.
Het lid van een gemeenschaps- of gewestregering dat ontslag heeft genomen kan echter na een volledige vernieuwing van het Parlement zijn ambt van lid van de regering verenigen met het mandaat van lid van het Parlement tot de verkiezing van een nieuwe gemeenschaps- of gewestregering.
§ 3. De vervanger van het lid in het Parlement bedoeld in de §§ 1 en 2 en in artikel 12, § 3, geniet het statuut van lid van de het Parlement.
In geval van ontslag in de loop van de zittingsperiode van een lid van de regering of van een gewestelijk staatssecretaris bedoeld in § 1, neemt het lid van het Parlement dat hem heeft vervangen zijn plaats van eerste in aanmerking komende opvolger van de lijst waarop hij gekozen is weer in. Hetzelfde geldt in geval van ontslag in de loop van de zittingsperiode van een lid van een regering bedoeld in § 2 of van een federaal minister of staatssecretaris bedoeld in artikel 12, § 3.
§ 4. Het Parlement kan bij ordonnantie de bepalingen van dit artikel wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen met dien verstande dat elk lid dat ophoudt zitting te hebben, vervangen wordt en dat degene die hem vervangt, het statuut van lid van het Parlement geniet.