Wetshistoriek

Oorspronkelijk artikel van 1831.

Lees meer

Rechtspraak en adviezen

Advies van de Raad van State van 7 april 2021 over een voorontwerp van wet ‘betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie’, Parl. St. Kamer 2020-2021, nr. 55-1951/1

Blz. 60 :

“B. Verbod op schorsing van de Grondwet

8. Aangezien het, ingevolge artikel 187 van de Grondwet, niet mogelijk is om de Grondwet geheel of gedeeltelijk te schorsen en het, ingevolge artikel 53 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens (hierna “EVRM”), evenmin mogelijk is om op grond van artikel 15 EVRM af te wijken van de grondrechten gewaarborgd in het EVRM Voetnoot 17 van het geciteerde advies : RvS 13 november 2020, nr. 248.918, bv Mainego, VI.2; (alg. verg.) 22 december 2020, nr. 249.314, Parmentier e.a., VII.2; 4 februari 2021, nr. 249.723, bv Mainego e.a., VI.2., zullen alle beperkingen van de grondrechten dienen te worden getoetst aan de gewone bewerkingsvoorwaarden opgenomen in titel II van de Grondwet en in het EVRM.

9. De afdeling Wetgeving heeft in haar advies 67.142/AV het volgende opgemerkt: Voetnoot 18 van het geciteerde advies : Advies RvS 67.142/AV van 25 maart 2020 over twee voorontwerpen die hebben geleid tot de wet van 27 maart 2020 ‘die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (I)’ en tot de wet van 27 maart 2020 ‘die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II)’ (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/avis/67142.pdf#search=67142).

“De eerste vraag die in dat verband gesteld zal moeten worden, zal zijn of de voorgenomen maatregelen, die per hypothese inmengingen inhouden in de uitoefening van het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven, op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering en van vereniging, wel verenigbaar zijn met respectievelijk de artikelen 6, 8, 9, 10 en 11 van het Europees Verdrag voor de  rechten van de mens en met de voorwaarden waarop die inmengingen aanvaard kunnen worden krachtens lid 2 van die artikelen.

In dit verband wordt erop gewezen dat op grond van artikel 8, § 2, van het EVRM weliswaar aanvaard kan worden dat inmenging plaatsvindt ten gevolge van maatregelen die nodig zijn in het belang van ‘s lands veiligheid, de openbare veiligheid, het economisch welzijn van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en de artikelen 9 tot 11 van dat verdrag voorzien in beperkingen met het oog op de eerbiediging van bepaalde van diezelfde waarden, de vraag of die inmengingen aanvaard kunnen worden eveneens en voornamelijk afhangt van het aannemen, in het licht van die bepalingen, van een regelgevende tekst die duidelijk en voorzienbaar genoeg is alsook van de eerbiediging van het proportionaliteitsbeginsel.

Er kunnen analoge vragen rijzen met betrekking tot andere rechten en vrijheden die gewaarborgd worden door het EVRM of de aanvullende Protocollen ervan, onder meer tot het recht op een eerlijk proces, het recht op goederen, het recht op onderwijs en het vrij verkeer, op het stuk van de voorwaarden waaronder de uitoefening van die rechten gereglementeerd kan worden.

Deze opmerking geldt eveneens met betrekking tot andere instrumenten van internationaal recht waarbij de rechten en vrijheden gewaarborgd worden. Wanneer de uitvoerende macht deze voorgestelde wet ten uitvoer legt, dient hij aan deze kwesties de nodige aandacht te besteden.””

Lees meer

Relevante regelgeving

Zie ook