Wetshistoriek

Oorspronkelijk artikel van 1831, gewijzigd bij de grondwetsherziening van 7 mei 1999 (BS 29 mei 1999).

Lees meer

Rechtspraak en adviezen

Hof van assisen

Grondwettelijk Hof 18 februari 2016, nr. 22/2016

"B.15.6. Als laatste element wordt door de verzoekende partijen in de zaak nr. 6136 nog gewezen op artikel 150 van de Grondwet, dat bepaalt dat de jury wordt ingesteld voor criminele zaken.

Artikel 216novies van het Wetboek van strafvordering bepaalt :

« Het hof van assisen neemt kennis van misdaden, met uitzondering van de gevallen waarin toepassing gemaakt wordt van artikel 2 van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden ».

Artikel 1 van het Strafwetboek bepaalt :

« Het misdrijf, naar de wetten strafbaar met een criminele straf, is een misdaad.

[…] ».

De kwalificatie van een misdrijf als misdaad hangt af van de wettelijk voorgeschreven strafmaat. Pas wanneer een misdrijf wordt bestraft met een criminele straf, wordt het gekwalificeerd als misdaad. Aangezien internering echter geen straf is, maar een beschermingsmaatregel, kan het « als misdaad of wanbedrijf omschreven feit […] waarop een gevangenisstraf is gesteld », bedoeld in artikel 9, § 1, a), van de Interneringswet 2014, niet binnen het toepassingsgebied vallen van artikel 150 van de Grondwet, dat betrekking heeft op criminele zaken."

Lees meer

Grondwettelijk Hof 21 december 2017, nr. 148/2017

“B.10. Krachtens artikel 150 van de Grondwet dienen « alle criminele zaken » door het hof van assisen te worden behandeld. Aangezien die grondwetsbepaling de term « criminele zaken » niet definieert, beschikt de wetgever over een ruime appreciatiebevoegdheid om de respectieve bevoegdheden van het hof van assisen en van de correctionele rechtbanken af te bakenen. Hij kan daarbij onder meer rekening houden met de aard van de gepleegde feiten, met de wettelijk bepaalde straf en met de ernst en de gevolgen van het misdrijf voor het slachtoffer en voor de maatschappij.