Wetshistoriek

Oorspronkelijk artikel van 1831.

Lees meer

Rechtspraak en adviezen

Grondwettelijk Hof 18 februari 2016, nr. 22/2016

"B.44.2. De openbaarheid van de terechtzittingen en de uitspraak van de vonnissen in openbare terechtzitting, voorgeschreven door de artikelen 148 en 149 van de Grondwet, is enkel van toepassing op de hoven en rechtbanken en niet op onderzoeksgerechten.

B.44.3. Bovendien wordt het gebrek aan openbaarheid bij de procedure tot internering gecompenseerd door de bijkomende procedurele waarborgen van de Interneringswet 2014, zoals reeds vermeld in B.15.5."

Lees meer

Advies van de Raad van State van 22 september 2015 over een voorstel van wet 'tot wijziging van het Wetboek van strafvordering met het oog op een betere communicatie naar pers en maatschappij in strafzaken', Parl.St. Kamer 2014-2015, nr. 54-785/002

Blz. 4:

“ALGEMENE OPMERKING

Luidens het voorgestelde artikel 647, § 1, van het Wetboek van Strafvordering wordt elk vonnis of arrest tot veroordeling, tot vrijspraak of tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit voor het publiek toegankelijk gemaakt op een wijze die door de Koning wordt bepaald.

De publicatie van vonnissen of arresten kan, afhankelijk van de vorm die de publicatie aanneemt of de omstandigheden waarin ze gebeurt, een inmenging vormen in het recht op privéleven. Om verenigbaar te zijn met dat recht, moet die inmenging, onder meer op grond van artikel 8, lid 2, van het Europees Verdrag over de rechten van de mens en artikel 22, eerste lid, van de Grondwet, voorgeschreven zijn door een voldoende precieze wettelijke bepaling, beantwoorden aan een dwingende maatschappelijke behoefte en evenredig zijn met de nagestreefde wettige doelstelling Voetnoot 3 van het geciteerde advies: Vaste rechtspraak, zie o.m. recent GwH 16 juli 2015, B.4.3; GwH 19 maart 2015, nr. 38/2015, B.4.1; GwH 27 februari 2015, nr. 35/2015, B.6; GwH 9 oktober 2014, B.6.. Gelet op het in artikel 22 van de Grondwet vervatte legaliteitsbeginsel, is daartoe naar intern recht bovendien een formele wet vereistVoetnoot 4 van het geciteerde advies: Zie GwH 21 december 2004, nr. 202/2004, B.5.4; GwH 19 juli 2005, nr. 131/2005,B.5.2; GwH 18 oktober 2006, nr. 151/2006, B.5.6., waarin de inmenging en de waarborgen die erbij dienen te worden vervuld, op een voldoende nauwkeurige wijze worden omschrevenVoetnoot 5 van het geciteerde advies: Ibidem, B.7.6.. Door aan de bevoegde wetgever de bevoegdheid voor te behouden om te bepalen in welke gevallen en onder welke voorwaarden het recht op eerbiediging van het privéleven kan worden aangetast, wordt bij artikel 22 van de Grondwet aan de burger gewaarborgd dat geen enkele inmenging in dat recht toegelaten is dan krachtens de regels die zijn aangenomen door een democratisch verkozen beraadslagende vergadering.

De essentie van een aangelegenheid waarvoor een legaliteitsbeginsel geldt, dient bij wet te worden geregeld. In dit geval wordt de concrete uitwerking van de maatregel evenwel volledig overgelaten aan de Koning, zoals ook blijkt uit de toelichting, waarin het volgende wordt vooropgesteld:

“Aangezien dit verschillende praktische en juridische vraagstukken met zich meebrengt, wordt de opdracht voor de verdere uitwerking hiervan aan de Koning toegekend. Zo dient bekeken te worden hoe vermeden wordt dat persoonsgegevens worden vrijgegeven. Eventueel kan ook aan een afzonderlijke website voor geaccrediteerde journalisten worden gedacht, waarbij onder bepaalde voorwaarden meer informatie beschikbaar is over slachtoffer en dader.”

Uit wat voorafgaat blijkt dat de in het voorgestelde artikel 647, § 1, van het Wetboek van Strafvordering vervatte delegatie niet in overeenstemming is met het in artikel 22 van de Grondwet vervatte legaliteitsbeginsel. Een regeling ter vrijwaring van het privéleven of waarbij het recht op privéleven in balans wordt gebracht met het grondwettelijk en internationaalrechtelijk gewaarborgde beginsel van de openbaarheid van rechtspraak (artikelen 148 en 149 van de Grondwet en, onder meer, artikel 6, lid 1, van het Europees Verdrag over de rechten van de mens), dient in zijn essentie door de wetgever tot stand te worden gebracht.

Voorts dient te worden vastgesteld dat de paragrafen 2 tot 4 van het voorgestelde artikel 647 van het Wetboek van Strafvordering geen enkele bepaling bevatten teneinde te waarborgen dat in de erin bedoelde persberichten of “informatiemomenten” rekening wordt gehouden met het recht op privélevenVoetnoot 6 van het geciteerde advies: Vgl. met de artikelen 28quinquies, §§ 3 en 4, en 57, §§ 3 en 4, van het Wetboek van Strafvordering. of ten minste een afweging wordt gemaakt tussen dat recht en het beginsel van de openbaarheid van rechtspraak. Aangezien op de overheid ook een positieve verplichting rust om maatregelen te nemen waardoor een daadwerkelijke eerbiediging van het privéleven wordt geëerbiedigdVoetnoot 7 van het geciteerde advies: Zie de in voetnoot 3 vermelde arresten, met verwijzing naar rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de mens., staan ook deze lacunes op gespannen voet met artikel 22 van de GrondwetVoetnoot 8 van het geciteerde advies: Bovendien worden, wanneer in bepaalde gevallen zou worden voorzien in de bekendmaking van gegevens die tot de privésfeer behoren, de doeleinden van die bekendmaking niet aangegeven, wat ook op grond van artikel 22 van de Grondwet is vereist..

Aangezien het voorstel dient te worden aangevuld teneinde te voldoen aan de in artikel 22 van de Grondwet vervatte vereisten, kan thans niet worden nagegaan of de regeling verenigbaar is met het internationaalrechtelijk en grondwettelijk beschermde recht op privéleven, en of er een correcte afweging is gemaakt tussen het recht op privéleven en het grondwettelijke beginsel van de openbaarheid van de rechtspraak. De Raad van State ziet dan ook af van een verder onderzoek van het om advies voorgelegde wetsvoorstelVoetnoot 9 van het geciteerde advies: Nu reeds kan evenwel worden aanbevolen de herwerkte versie van het wetsvoorstel of de amendementen erop, met toepassing van artikel 29, § 1, van de wet van 8 december 1992 “tot bescherming van de persoonlijke levens[s]feer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens”, om advies aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer voor te leggen.."

Lees meer

Zie ook