Wetshistoriek

Oorspronkelijk artikel van 1831 en gewijzigd bij de grondwetsherziening van 6 januari 2014 (BS 31 januari 2014).

Lees meer

Parlementaire voorbereiding

Parlementaire voorbereiding van de wijzigingen aangebracht bij de herziening van artikel 144 van de Grondwet van 6 januari 2014

Voorstel tot herziening van artikel 144 van de Grondwet, Parl.St. Senaat 2012-2013, nr. 5‑2242/1

Blz. 1:

"De overgangsbepaling van artikel 195 van de Grondwet, goedgekeurd op 29 maart 2012 (Belgisch Staatsblad van 6 april 2012, ed. 2), voorziet erin dat de Kamers, samengesteld ingevolge de vernieuwing van de Kamers van 13 juni 2010, in overeenstemming met de Koning kunnen beslissen over de herziening van onder andere artikel 144 van de Grondwet, uitsluitend «om te bepalen dat de Raad van State en, in voorkomend geval, federale administratieve rechtscolleges zich kunnen uitspreken over de privaat­rechtelijke gevolgen van hun beslissingen».

Op dit ogenblik dient de partij die gelijk krijgt bij de Raad van State of een ander federaal administratief rechtscollege maar die schade heeft geleden die on­voldoende kan worden vergoed door het herstel van de wettigheid volgend op de beslissing van het rechts­college, een nieuwe rechtsvordering in te stellen, dit keer voor de rechtbanken van de rechterlijke orde. Daaruit vloeien niet enkel voor deze partij maar voor alle partijen alsook voor de Staat bijkomende kosten voort waarvan alle partijen baat zouden hebben ze te vermijden.

De bedoeling van deze grondwetsherziening is dus de wetgever in staat te stellen om volgens de door hem bepaalde modaliteiten de Raad van State en de andere federale administratieve rechtscolleges te machtigen om te beslissen over de privaatrechtelijke gevolgen van hun beslissingen.

Het wetsvoorstel (Parl.St. Senaat, 2012-2013, nr. 5-­2235/1) dat samen met dit voorstel tot herziening van de Grondwet wordt ingediend, heeft immers tot doel de Raad van State te machtigen aan een partij een schadevergoeding tot herstel toe te kennen ten laste van een andere partij, rekening houdend met alle omstandigheden van openbaar en privaat belang. Deze wet voorziet in een modaliteit volgens dewelke de partijen die een nadeel beweren te hebben geleden omwille van de onwettigheid van een handeling op een door de wet bepaald ogenblik moeten opteren voor ofwel een burgerlijke aansprakelijkheidsrechtsvorde­ring voor de hoven en rechtbanken, ofwel voor een schadevergoeding tot herstel die wordt toegekend door de Raad van State.

De omstandigheid dat dit wetsvoorstel wordt ingediend gelijktijdig met het voorstel tot herziening van het grondwetsartikel waarvan het de toepassing wil verzekeren, betekent uiteraard niet dat de wetgever geen andere modaliteiten mag vastleggen dan die waarin in deze bepaling is voorzien.

Er werd de voorkeur gegeven aan de woorden « burgerrechtelijke gevolgen » in plaats van « privaat­rechtelijke gevolgen » om terminologisch coherent te zijn met de huidige tekst van artikel 144 van de Grondwet. De bedoeling is wel degelijk de Raad van State en de administratieve rechtscolleges, wanneer ze beslissen over een geschil dat hun overeenkomstig de artikelen 160 of 161 van de Grondwet is toevertrouwd, in staat te stellen te beslissen over de burgerlijke rechten die verband houden met deze betwistingen, wat de huidige tekst van artikel 144 niet toelaat.

De voorgestelde bepaling is beperkt tot het federale niveau omdat de gemeenschappen en gewesten vandaag geen uitdrukkelijke bevoegdheid hebben om administratieve rechtbanken op te richten. De administratieve rechtbanken die zij hebben opgericht vloeien voort uit de impliciete bevoegdheden, vermeld in artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Deze bevoegdheid wordt geenszins in vraag gesteld en de gemeenschappen en gewesten beschikken over een volledige autonomie ter zake. De voorgestelde hervorming wenst alleen de federale administratieve rechtscolleges — met name de Raad van State — de bevoegdheid te geven om uitspraak te doen over de privaatrechtelijke gevolgen van hun uitspraken.

VOORSTEL

Enig artikel

Artikel 144 van de Grondwet wordt aangevuld met het volgende lid :

«De wet kan echter, volgens de door haar bepaalde modaliteiten, de Raad van State of de federale administratieve rechtscolleges machtigen om te beslissen over de burgerrechtelijke gevolgen van hun beslissingen.»"

Lees meer

Verslag namens de Senaatscommissie voor de Institutionele Aangelegenheden, Parl.St. Senaat 2013-2014, nr. 5-2232/5

Blz. 93:

“Inleidende uiteenzetting van de heer Deprez

Op dit ogenblik dient de partij die gelijk krijgt bij de Raad van State of een ander federaal administratief rechtscollege, maar die schade heeft geleden die onvoldoende kan worden vergoed door het herstel van de wettigheid volgend op de beslissing van het rechtscollege, een nieuwe rechtsvordering in te stellen, dit keer voor de rechtbanken van de rechterlijke orde. Daaruit vloeien niet enkel voor deze partij maar voor alle partijen alsook voor de Staat bijkomende kosten voort. Alle partijen hebben erbij te winnen als die kosten vermeden kunnen worden.

De bedoeling van deze grondwetsherziening is dus de wetgever in staat te stellen om volgens de door hem bepaalde nadere regels de Raad van State en de andere federale administratieve rechtscolleges te machtigen om te beslissen over de privaatrechtelijke gevolgen van hun beslissingen.

Het wetsvoorstel dat samen met dit voorstel tot herziening van de Grondwet wordt ingediend, heeft tot doel de Raad van State te machtigen aan een partij een schadevergoeding tot herstel toe te kennen ten laste van een andere partij, rekening houdend met alle omstandigheden van openbaar en privaat belang. De partijen die een nadeel beweren te hebben geleden omwille van de onwettigheid van een handeling op een door de wet bepaald ogenblik moeten opteren voor ofwel een burgerlijke aansprakelijkheidsvordering voor de hoven en rechtbanken, ofwel voor een schadevergoeding tot herstel die wordt toegekend door de Raad van State.

De omstandigheid dat dit wetsvoorstel wordt ingediend gelijktijdig met het voorstel tot herziening van het grondwetsartikel waarvan het de toepassing moet verzekeren, betekent uiteraard niet dat de wetgever geen andere nadere regels mag vastleggen dan die waarin in deze bepaling is voorzien.

Er werd de voorkeur gegeven aan de woorden «burgerrechtelijke gevolgen» in plaats van «privaatrechtelijke gevolgen» om terminologisch coherent te zijn met de huidige tekst van artikel 144 van de Grondwet. De bedoeling is wel degelijk de Raad van State en de administratieve rechtscolleges, wanneer ze beslissen over een geschil dat hun overeenkomstig de artikelen 160 of 161 van de Grondwet is toevertrouwd, in staat te stellen te beslissen over de burgerlijke rechten die verband houden met deze betwistingen, wat de huidige tekst van artikel 144 niet mogelijk maakt.

De voorgestelde bepaling is beperkt tot het federale niveau omdat de gemeenschappen en gewesten vandaag geen uitdrukkelijke bevoegdheid hebben om administratieve rechtbanken op te richten. De administratieve rechtbanken die zij hebben opgericht, vloeien voort uit de impliciete bevoegdheden, vermeld in artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Deze bevoegdheid wordt geenszins ter discussie gesteld en de gemeenschappen en gewesten beschikken over een volledige autonomie ter zake. De voorgestelde hervorming wenst alleen de federale administratieve rechtscolleges — met name de Raad van State — de bevoegdheid te geven om uitspraak te doen over de privaatrechtelijke gevolgen van hun uitspraken.»

Blz. 407:

«Het voorstel tot herziening van artikel 144 van de Grondwet werd tijdens de algemene bespreking besproken. Het enig artikel geeft geen aanleiding tot verdere opmerkingen.»"

Lees meer

Tekst aangenomen door de Senaatscommissie voor de Institutionele Aangelegenheden, Parl.St. Senaat 2013-2014, nr. 5-2242/3

“Enig artikel