Wetshistoriek

Oorspronkelijk artikel van 1831.

Lees meer

Rechtspraak en adviezen

Advies van de Raad van State van 25 maart 2020 over een wetsvoorstel ‘dat machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus Covid-19’, Parl.St. Kamer 2019-2020, nr. 55-1104/002

Blz. 13:

“ALGEMENE OPMERKINGEN

[…]

IV. De verlenging van de periode van bijzondere machten

[…]

9.3. Onverminderd het gegeven dat een dergelijke beslissing door de wetgever moet worden genomen, is de machtiging aan de Kamer van volksvertegenwoordigers om de termijn gedurende dewelke de machtiging aan de Koning wordt verleend te verlengen “bij elk middel dat zij nuttig acht” niet bestaanbaar met het voormelde artikel 60 van de Grondwet, waaruit voortvloeit dat de Kamer haar bevoegdheden uitoefent op de door haar bepaalde wijze. De wetgever vermag die assemblee dan ook niet te machtigen hiervan af te wijken.

Bovendien kan geen afbreuk worden gedaan aan de vereisten bepaald in artikel 53 van de Grondwet, en met name de vereiste dat de Kamer geen beslissing kan nemen indien niet de meerderheid van haar leden aanwezig is. Ofschoon die grondwetsbepaling niet noodzakelijkerwijs vereist dat meer dan de helft van de leden fysiek in het halfrond aanwezig moet zijn, zal men zich er wel van moeten vergewissen dat meer dan de helft van de leden deelnemen aan de stemming over die beslissing. Een regeling hiertoe moet echter niet uit het voor advies voorgelegde wetsvoorstel blijken, Voetnoot 18 van het geciteerde advies: In de Kamer werd overigens reeds een voorstel ingediend  “tot wijziging van het Reglement van de Kamer van  volksvertegenwoordigers teneinde de wijze waarop de Kamer  beraadslaagt en besluit aan te passen ten gevolge van een ernstige  en uitzonderlijke toestand die de volksgezondheid bedreigt en die het Kamerleden verhindert om fysiek aanwezig te zijn”, Parl.St. Kamer 2019-20, nr. 55 1100/001. zodat de woorden “bij elk middel dat zij nuttig acht” kunnen worden weggelaten.”

Lees meer

Toelichting

Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers, artikel 61

1. Elk besluit wordt genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen, behoudens hetgeen door dit Reglement is bepaald ten opzichte van benoemingen en voordrachten en ten opzichte van de moties bedoeld in de artikelen 136 en 137. Bij staking van stemmen is het in stemming gebrachte voorstel verworpen.

2. De Kamer kan geen besluit nemen indien de meerderheid van haar leden niet vergaderd is.

3. Alvorens de naamstemming te sluiten, vraagt de voorzitter aan de leden of zij hun stemming hebben nagezien.

Indien een lid na de sluiting van de stemming verklaart dat hij zich vergist heeft (of dat hij bij vergissing niet gestemd heeft), kan die verklaring het resultaat van de stemming niet meer beïnvloeden. Ze wordt opgetekend in de notulen en gepubliceerd in het Beknopt Verslag en in het Integraal Verslag.

4. De voorzitter kondigt het resultaat van de beraadslagingen van de Kamer af in dezer voege: “Het ontwerp/het voorstel is aangenomen” of “Het ontwerp/het voorstel is verworpen”.

Zie ook: artikelen 42 (quorum) en 60 (onthouding)

Reglement van de Senaat, artikel 46

1. Tenzij de Grondwet, een wet of een verordening anders bepaalt, wordt elk besluit genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen.

2. Bij staking van stemmen is het behandelde voorstel verworpen.

Zie ook: artikelen 45 (quorum) en 43.3 (onthouding)

Lees meer

Zie ook