Wetshistoriek

Oorspronkelijk artikel van 1831.

Lees meer

Rechtspraak en adviezen

Grondwettelijk Hof 22 februari 2018, nr. 18/2018

“B.4.2. Artikel 28 van de Grondwet bepaalt :

« Ieder heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, bij de openbare overheden in te dienen.

Alleen de gestelde overheden hebben het recht verzoekschriften in gemeenschappelijke naam in te dienen ».

B.4.3. Artikel 9bis van de wet van 15 december 1980, dat de grondslag vormt van de aanvraag voor een machtiging tot verblijf die door de verzoekende partij in de zaak nr. 6193 is ingediend, bepaalt in paragraaf 1 ervan :

« In buitengewone omstandigheden en op voorwaarde dat de vreemdeling over een identiteitsdocument beschikt, kan de machtiging tot verblijf worden aangevraagd bij de burgemeester van de plaats waar hij verblijft. Deze maakt ze over aan de minister of aan diens gemachtigde. Indien de minister of diens gemachtigde de machtiging tot verblijf toekent, zal de machtiging tot verblijf in België worden afgegeven.

[…] ».

B.4.4. Uit artikel 62 van dezelfde wet blijkt dat de aanvragen op grond van het voormelde artikel 9bis leiden tot het nemen van administratieve beslissingen die met redenen moeten worden omkleed en ter kennis moeten worden gebracht van de betrokkene en die vatbaar zijn voor beroepen in de door de wet voorgeschreven vormen en binnen de door de wet voorgeschreven termijnen.

B.4.5. De aanvraag voor een machtiging tot verblijf op grond van artikel 9bis van de wet van 15 december 1980, die noopt tot een administratieve beslissing die vatbaar is voor beroep, kan niet worden beschouwd als een uitoefening van het in artikel 28 van de Grondwet vastgelegde petitierecht, dat het recht inhoudt om zich schriftelijk tot de openbare overheden te richten, maar dat niet zover gaat dat daarmee een standpunt of een beslissing van die overheden kan worden afgedwongen.

Het middel is niet gegrond.”

Lees meer

Grondwettelijk Hof 12 maart 2020, nr. 43/2020

“B.71.2. Artikel 28 van de Grondwet bepaalt :

« Ieder heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, bij de openbare overheden in te dienen.

Alleen de gestelde overheden hebben het recht verzoekschriften in gemeenschappelijke naam in te dienen ».

B.72.1. Het bestreden artikel II.76 van het Vlaamse Bestuursdecreet bepaalt :

« § 1. Een klacht kan mondeling of schriftelijk ingediend worden.

Onder schriftelijk wordt verstaan : per brief, per e-mail of, in voorkomend geval, per webformulier.

§ 2. Een schriftelijke klacht is ontvankelijk als :

1° de naam en het adres van de indiener van de klacht bekend zijn;

2° de klacht een omschrijving bevat van de feiten waartegen ze gericht is ».

B.72.2. In de parlementaire voorbereiding wordt inzake die bepaling uiteengezet :

« Voor mondelinge klachten, die ook mondeling kunnen beantwoord worden, is een onderzoek naar ontvankelijkheid niet noodzakelijk : instanties kunnen mondelinge klachten ook behandelen zonder dat ze het adres van de indiener kennen.

Voortaan zullen ‘ naam en adres ’ een ontvankelijkheidsvereiste zijn voor schriftelijke klachten, naar analogie met artikel II.40, § 2 (met betrekking tot toegang tot bestuursdocumenten). In dat artikel wordt ook expliciet vereist dat de indiener van de klacht een (post)adres opgeeft en niet alleen een correspondentieadres (bijvoorbeeld e-mailadres), om te vermijden dat een klacht onder een fictieve naam wordt ingediend.

Met het oog op het verder onderzoek van de klacht en een eventuele bemiddelingspoging, is het belangrijk dat naam en adres van de indiener bekend zijn bij de klachtenvoorziening » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1656/1, p. 105).

B.72.3. De bestreden bepaling is niet zonder redelijke verantwoording. De decreetgever vermocht ervan uit te gaan dat het meedelen van het adres in de schriftelijke klacht noodzakelijk is om te vermijden dat een klacht onder een fictieve naam wordt ingediend, evenals voor het verdere onderzoek van de klacht en een eventuele bemiddelingspoging. De verzoekende partijen tonen niet aan op welke wijze die vereiste op onevenredige wijze afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van het privéleven of aan het in artikel 28 van de Grondwet neergelegde petitierecht, dat het recht inhoudt om zich schriftelijk tot de openbare overheden te richten.

Het kan voorts worden verantwoord dat die vereiste enkel geldt voor schriftelijke klachten en niet voor mondelinge klachten, die immers ook mondeling worden beantwoord en waarbij het risico op klachten onder een fictieve naam aanzienlijk kleiner kan worden geacht.”

Lees meer

Toelichting

Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers, artikel 142

Verzoekschriften moeten schriftelijk worden gericht aan de voorzitter van de Kamer.

Zij mogen niet in persoon of door een delegatie van personen eigenhandig worden afgegeven.

Ieder verzoekschrift moet voorzien zijn van de handtekening van de petitionaris en moet duidelijk leesbaar diens naam, voornamen en verblijfplaats opgeven.

Alleen de gestelde overheden hebben het recht verzoekschriften in gemeenschappelijke naam in te dienen.

Een bondige samenvatting van de verzoekschriften die bij de Kamer zijn ingediend sedert haar jongste vergadering, wordt als bijlage bij het Integraal Verslag gevoegd.

De voorzitter van de Kamer verzendt de verzoekschriften, hetzij naar de commissie voor de Verzoekschriften, hetzij naar de commissie die bevoegd is voor de aangelegenheid waarop het verzoekschrift betrekking heeft; ofwel beslist hij dat ze bij de Kamer ter tafel worden gelegd.

De commissie voor de Verzoekschriften bestaat uit zeventien leden, door de Kamer aangewezen overeenkomstig de artikelen 157 en 158. Er worden plaatsvervangers aangewezen zoals bepaald in artikel 22.

De commissie voor de Verzoekschriften benoemt, uit haar midden, een voorzitter en een eerste en tweede ondervoorzitter.

De commissie voor de Verzoekschriften stelt in haar reglement van orde de nadere regelen vast van haar werking in het algemeen en voor de behandeling van de verzoekschriften in het bijzonder. Dat reglement van orde wordt als bijlage in het onderhavige Reglement opgenomen.

Zie ook: artikelen 143 en 144


Reglement van de Senaat, artikel 69

1. Niemand mag, in persoon of mondeling, een verzoek richten tot de Senaat. Het moet schriftelijk worden gericht aan de voorzitter van de Senaat.

2. De verzoekschriften worden verzonden naar de commissie belast met het onderzoek van de ontwerpen waarop de verzoekschriften betrekking hebben.

De senatoren kunnen kennis nemen van de verzoekschriften.

3. De betrokken commissie behandelt de verzoekschriften die de Senaat haar heeft gezonden. Zij brengt verslag uit over de verzoekschriften waarvoor zij het nuttig acht of waarvoor het Bureau het haar heeft gevraagd.

4. Een lijst met de opgave van de zakelijke inhoud van de verzoekschriften waarover de commissie heeft beslist, en haar conclusies, wordt gedrukt en rondgedeeld.


Reglement van het Vlaams Parlement, artikel​​​​​​​ 101

Verzoekschriften

Artikel 101Zie artikel 28 van de Grondwet; artikel 17 van het bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen; het decreet van 6 juli 2001 houdende nadere regeling van het recht om verzoekschriften bij het Vlaams Parlement in te dienen.

1. Van de verzoekschriften wordt, vanaf de indiening ervan, kennisgegeven aan het Uitgebreid Bureau en aan de plenaire vergadering.

2. De voorzitter beslist over de kwalificatie van een brief als verzoekschrift en over de ontvankelijkheid van het verzoekschrift. Hij kan hierover advies inwinnen bij het Uitgebreid Bureau.

3. De voorzitter verwijst de ontvankelijke verzoekschriften naar de bevoegde commissie of naar de plenaire vergadering.

4. De commissie kan onder meer beslissen:

a) het verzoekschrift ten gronde te behandelen;

b) louter kennis te nemen van het verzoekschrift, indien ze oordeelt dat het verzoekschrift niet geschikt is voor parlementaire bespreking. Eventueel kan de commissie in dat geval het verzoekschrift doorzenden naar een andere instantie, of de verzoeker aanbevelen zich tot die andere instantie te wenden;

c) kennis te nemen van het verzoekschrift en de verzoeker het verslag te bezorgen van eerdere parlementaire besprekingen, indien het verzoekschrift een vraag opwerpt die in de loop van dezelfde zittingsperiode al in een commissie of in de plenaire vergade­ring aan bod gekomen is bij de behandeling van een agendapunt, het verzoekschrift ter zake geen essentieel nieuw element aanbrengt, en de commissie een nieuwe parlementaire discussie hierover niet zinvol acht.

5. Met betrekking tot verzoekschriften die door ten minste 15.000 personen ondertekend zijn, is punt 4, b) en c), niet van toepassing.

6. In het geval, bedoeld in punt 4, a), wijst de commissie een of meer verslaggevers aan.

7. De commissie kan voor de behandeling van een verzoekschrift hoorzittingen houden, aan de verslaggever of ver­slaggevers opdracht geven om ter plaatse de feiten vast te stellen, of het verzoekschrift naar de Regering verwijzen met het verzoek omtrent de inhoud ervan uitleg te verstrekken binnen een termijn die door de commissie vastgelegd wordt.

8. De commissie brengt over een verzoekschrift dat ze ingevolge een beslissing als bedoeld in punt 4, a), heeft besproken, verslag uit aan de plenaire vergadering.

9. De plenaire vergadering spreekt zich uit over het verzoekschrift zelf als het werd verwezen naar de plenaire vergadering, of over de conclusies van de commissie als het werd verwezen naar, en ingevolge een beslissing als bedoeld in punt 4, a), besproken door de bevoegde commissie.

Iedere volksvertegenwoordiger kan voorstellen de conclusies van de commissie te amenderen zolang de plenaire vergadering ze niet heeft aangenomen.

10. De verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene personen werd ondertekend, wordt in de gevallen, bedoeld in punt 4, b) en c), door de voorzitter van de commissie op de hoogte ge­bracht van de beslissing van de commissie. De verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene personen werd ondertekend, wordt in het geval, bedoeld in punt 9, door de voorzitter op de hoogte gebracht van de uitspraak van de plenaire vergadering.

11. Driemaandelijks wordt een lijst opgesteld van alle verzoekschriften waarover in de voorbije periode de bevoegde instantie binnen het Parlement een eindbeslissing genomen heeft. De lijst bevat de datum van indiening van het verzoekschrift, het opschrift van het verzoekschrift, de beslissing, de datum van de beslissing, en in voorkomend geval een verwijzing naar het verslag of naar andere initiatieven die in samenhang met het verzoekschrift genomen werden. De lijst wordt onder de volksvertegenwoordigers en de leden van de Regering verspreid.


Reglement van het Waals Parlement, artikel 127

1. Des pétitions peuvent être adressées par écrit ou via le site web du Parlement au président du Parlement. Elles doivent mentionner le nom et le domicile de chacun des pétitionnaires.

Lorsqu’une pétition est signée par plusieurs personnes physiques, les signataires nomment un représentant.

S’il n’a pas été procédé à cette nomination, le premier signataire est considéré comme le représentant des pétitionnaires.

Les autorités constituées ont seules le droit d’adresser des pétitions en nom collectif.

2. Les pétitions ne peuvent être remises en personne ni par une délégation de personnes.

3. Seules sont prises en considération les pétitions se rapportant à une matière entrant dans les compétences du Parlement.

Le président du Parlement juge de leur recevabilité et les communique sans délai à la Conférence des présidents qui les envoie à la commission compétente. Le cas échéant, il peut être décidé d’une recevabilité partielle.

4. Une analyse sommaire des pétitions adressées au Parlement depuis la dernière séance plénière est présentée au début de chaque séance plénière.

5. Au moins une fois par trimestre, chaque commission consacre une réunion à l’examen des pétitions qui lui ont été envoyées.

6. La commission saisie d’une pétition peut décider d’auditionner le représentant des pétitionnaires et de demander un rapport au Gouvernement. Elle peut aussi soumettre la question au médiateur.

Elle établit un rapport dans un délai d’un mois qui peut être prolongé une fois par la Conférence des présidents. Ce rapport reproduit le texte de la pétition, fait état des travaux de la Commission et mentionne la réponse apportée.

7. L’irrecevabilité de la pétition ou la suite lui réservée par la commission compétente est notifiée au pétitionnaire par le président du Parlement.

8. Un bulletin contenant l’analyse des pétitions et des décisions qui les concernent est publié.

Dans les huit jours de la distribution du bulletin, tout député peut demander qu’il soit fait rapport en séance plénière sur une pétition. Cette demande est transmise à la Conférence des présidents qui statue sur sa recevabilité.

Passé ce délai ou en cas de refus de la Conférence des présidents, les décisions de la commission saisie d’une pétition sont définitives.


Reglement van het Parlement van de Franse Gemeenschap, artikel 83

1. Les pétitions doivent être adressées par écrit et signées, au président du Parlement ; seules sont prises en considération les pétitions se rapportant à une matière entrant dans la compétence du Parlement.

2. Elles ne peuvent être remises en personne ni par une délégation de personnes.

3. Les autorités constituées ont seules le droit d'adresser des pétitions en nom collectif.

4. La Conférence des Présidents transmet ces requêtes à la commission chargée de l'examen d'un projet ou d'une proposition de décret auquel la pétition se rapporte, ou à la commission qu'il désigne. Le président en informe le Parlement.

5. La commission saisie d'une pétition décide, suivant le cas, soit de les envoyer à un membre du Gouvernement ou à une autre commission du Parlement, soit de les classer purement et simplement.

6. Un feuilleton contenant l'analyse des pétitions et des décisions qui les concernent est distribué aux membres du Parlement. Dans les huit jours de la distribution du feuilleton, tout membre du Parlement peut demander qu'il soit fait rapport en séance publique sur une pétition. Cette demande est transmise à la Conférence des présidents qui statue sur sa recevabilité.

Passé ce délai, ou en cas de refus de la Conférence des présidents, les décisions de la commission saisie d'une pétition sont définitives.


Reglement van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, artikel 123

1. De petities moeten schriftelijk, op papier of in elektronische versie, naar de voorzitter van het Parlement worden gestuurd.

2. Elke petitie moet op zijn minst de handtekening van de indiener bevatten en op leesbare wijze zijn naam, voornamen, domicilie en geboortedatum vermelden.

3. Een brief of een schriftelijke mededeling wordt niet als petitie bestempeld als de indiener ervan geen concrete vraag verwoordt.

4. Enkel de petities waarvan het voorwerp conform de mensenrechten en de fundamentele vrijheden is en een onderwerp behandelt dat geheel of gedeeltelijk tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie behoort of betrekking heeft op de belangen ervan, zijn ontvankelijk.

5. De voorzitter beslist over de kwalificatie als petitie en beslist over de ontvankelijkheid ervan na raadpleging van het Bureau in uitgebreide samenstelling. De voorzitter stuurt de ontvankelijk verklaarde petitie naar de bevoegde commissie.

6. De commissie kan beslissen:

1° dat de geformuleerde vraag niet kan worden beantwoord in het kader van een parlementair debat of dat ze reeds beantwoord werd in het kader van vorige parlementaire debatten indien er sindsdien geen nieuwe elementen zijn. Ze kan tevens beslissen de petitie naar de Regering of het Verenigd College te sturen ter informatie.

2° of de petitie naar de Regering of het Verenigd College door te sturen om uitleg te krijgen;

In dat geval, verschaft de Regering of het Verenigd College schriftelijke uitleg binnen de door de commissie bepaalde termijn of, bij gebrek daaraan, binnen een termijn van zes weken. Indien de Regering of het Verenigd College geen antwoord verschaft heeft, kan haar aanwezigheid worden gevorderd.

Wanneer de petities worden verwezen naar een commissie die belast is met het onderzoek van een ontwerp of een voorstel, wordt het antwoord van de Regering of van het Verenigd College opgenomen in het verslag.

3° en/of de petitie te behandelen. In dat geval, kan de commissie alle nuttige maatregelen nemen voor dat onderzoek en met name hoorzittingen houden.

7. Wanneer een petitie wordt ondersteund door ten minste 5.000 handtekeningen, heeft de indiener ervan of elke andere ondertekenaar die hij hiertoe aanduidt, het recht om gehoord te worden door de bevoegde commissie. De ondertekenaars moeten de volle leeftijd van zestien jaar hebben en hun domicilie hebben op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

8. Het Bureau in uitgebreide samenstelling beslist of er een debat in plenaire vergadering dient plaats te vinden.

9. De voorzitter van het Parlement brengt de indiener van de petitie op de hoogte van de onontvankelijkheid van de petitie of van het gevolg dat eraan gegeven wordt door de bevoegde commissie.

10. De door de gemeenteraden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest goedgekeurde moties gericht tot het Parlement worden naar de bevoegde commissie verzonden, ter informatie meegedeeld aan haar leden en bezorgd aan de Regering of het Verenigd College teneinde de verklaringen te verkrijgen die nuttig zijn voor de formalisering van een antwoord.

11. Het Parlement publiceert regelmatig het gevolg dat aan elke petitie en motie wordt gegeven.


Reglement van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, artikelen 104 tot 107

Artikel 104 – Grundsätze

Jeder Bürger hat das Recht, sich einzeln oder in Gemeinschaft mit anderen schriftlich mit Bitten oder Beschwerden in Form einer Petition an das Parlament zu wenden.

Nur die konstituierten Behörden haben das Recht, Petitionen unter einem Gesamtnamen einzureichen.

Artikel 105 – Hinterlegung und Zulässigkeit

§1 – Die Petitionen sind an den Präsidenten zu richten. Die Petitionen dürfen nicht persönlich übergeben werden, es sei denn, der Präsident erteilt seine Zustimmung.

Wurde eine Petition von mehreren Personen eingereicht, bezeichnen die Unterzeichner einen Vertreter. Ist kein derartiger Vertreter bezeichnet worden, wird der als Erster aufgeführte Unterzeichner als Vertreter betrachtet.

Der Präsident leitet die Petitionen an das erweiterte Präsidium weiter und informiert die Plenarversammlung auf der nächstfolgenden Sitzung über den Eingang der Petition.

§2 – Petitionen sind unzulässig, wenn sie:

– sich auf einen Sachverhalt beziehen, für den das Parlament nicht zuständig ist,

– nicht unterzeichnet sind oder nicht schriftlich per Schreiben, Fax oder E-Mail hinterlegt werden,

– keine vollständigen Angaben in Bezug auf den Namen und die Anschrift der Unterzeichner aufweisen,

– etwas verlangen, das offensichtlich gesetzeswidrig ist oder gegen das allgemeine Interesse verstößt,

– offensichtlich einen beleidigenden oder erpresserischen Charakter aufweisen,

– keine präzise Bitte oder Beschwerde enthalten.

Das erweiterte Präsidium entscheidet über die Zulässigkeit der eingegangenen Petitionen. Im Fall der Zulässigkeit leitet es die Petitionen an den dafür zuständigen Fachausschuss weiter. Bei einfachen Sachverhalten kann es aber auch beschließen, die Petition selbst abschließend zu behandeln.

Bei Beschwerden, die sich auf einen persönlichen Fall beziehen, kann das erweiterte Präsidium beschließen, die Petition zur weiteren Behandlung an den Ombudsmann der Deutschsprachigen Gemeinschaft weiterzuleiten.

Das erweiterte Präsidium informiert den Vertreter der Unterzeichner über seine Entscheidung. Im Fall der Unzulässigkeit gibt es darüber hinaus die Gründe an, die zur Unzulässigkeit geführt haben. Gegebenenfalls kann das erweiterte Präsidium dem Unterzeichner empfehlen, die Petition an einen anderen Adressaten zu richten.

Artikel 106 – Beratung über die zulässigen Petitionen

Der für Petitionen zuständige Fachausschuss berät über die Petition. Er kann dazu auf die in Artikel 42 angeführten Möglichkeiten zurückgreifen. Der Ausschuss kann insbesondere den Vertreter der Unterzeichner der Petition, die Regierung oder den Ombudsmann der Deutschsprachigen Gemeinschaft anhören oder um eine schriftliche Stellungnahme bitten.

Zum Abschluss der Beratungen legt der Ausschuss den Abgeordneten einen schriftlichen Bericht vor über den Gegenstand der Petition, die unternommenen Schritte und die diesbezüglichen mit Gründen versehenen Schlussfolgerungen. Der Ausschuss kann insbesondere beschließen:

– die Regierung aufzufordern, die Petition zu berücksichtigen,

– die Regierung aufzufordern, Maßnahmen zu ergreifen oder Vorschläge auszuarbeiten oder

– die Petition zu den Akten zu legen.

Binnen acht Arbeitstagen nach der Verteilung des Berichts kann jeder Abgeordnete beantragen, dass die Plenarversammlung über die Schlussfolgerungen des Ausschusses berät. Dieser Antrag wird dem erweiterten Präsidium vorgelegt, das über dessen Zulässigkeit entscheidet.

Nach Ablauf dieser Frist oder im Fall der Ablehnung eines Antrags zur Befassung der Plenarversammlung durch das erweiterte Präsidium sind die Schlussfolgerungen des Ausschusses endgültig.

Lässt das erweiterte Präsidium den Antrag zu, legt es gleichzeitig die Modalitäten zur Beratung der Schlussfolgerungen des Ausschusses in der Plenarversammlung fest. Jeder Abgeordnete kann Abänderungsvorschläge zu den Schlussfolgerungen einreichen. Die Plenarversammlung befindet gemäß Artikel 55 über die vom Ausschuss vorgelegten Schlussfolgerungen und die diesbezüglichen Abänderungsvorschläge.

Artikel 107 – Information der Unterzeichner der Petition

Der Vertreter der Unterzeichner der Petition wird über die vom Ausschuss oder von der Plenarversammlung verabschiedeten Schlussfolgerungen informiert.

Lees meer

Relevante regelgeving

Zie ook