Wetshistoriek

Gewijzigd bij de bijzondere wet van 10 juli 2003 (BS 22 augustus 2003) en bij de bijzondere wet van 27 maart 2006 (BS 11 april 2006 (eerste editie)).

Lees meer

Rechtspraak en adviezen

Raad van State 27 december 2016, nr. 236.920 (Vlaams Gewest t. Belgische Staat)

“5.1. Luidens artikel 82 BWHI worden de rechtsgedingen van het gewest, als eiser of als verweerder, gevoerd “namens de regering, ten verzoeke van het door deze aangewezen lid”.

Artikel 22 van het bijzonder decreet van 7 juli 2006 ‘over de Vlaamse instellingen’ laat delegaties toe; in tegenstelling tot de verwerende partij leest de Raad noch in deze bepaling, noch in artikel 82 BWHI dat het voeren van rechtsgedingen daarvan uitgezonderd is.

Aldus wordt in artikel 9 van het toentertijd toepasselijke besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2009 ‘tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering’ bepaald dat in de rechtsgedingen van het Vlaamse Gewest met betrekking tot een aangelegenheid die tot de uitsluitende bevoegdheid behoort van één Vlaamse minister, die minister optreedt namens de Vlaamse regering.

Die bevoegde minister mag de bevoegdheid tot het indienen of ondertekenen van procedurestukken delegeren.

5.2. Artikel 15, § 1, 2°, van het delegatiebesluit van 10 oktober 2003, zoals toentertijd van toepassing, machtigt het hoofd van een departement van de Vlaamse overheid om rechtsgedingen te voeren namens de Vlaamse regering, ten verzoeke van de bevoegde Vlaamse minister, als eiser, verweerder of tussenkomende partij, voor de hoven en rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Rekenhof, met uitzondering van de rechtsgedingen voor het Grondwettelijk Hof. Deze delegatie omvat, aldus dezelfde bepaling, het nemen van beslissingen betreffende het instellen van rechtsgedingen en het verrichten van alle noodzakelijke proceshandelingen.

De verwerende partij betwist niet dat het thans voorliggende beroep betrekking heeft op een materie die tot de bevoegdheid van het departement Internationaal Vlaanderen behoort. Aangezien de beslissing van 25 maart 2013 om in rechte te treden werd genomen door de secretaris-generaal, die aan het hoofd van dit departement staat, is het beroep tot nietigverklaring dan ook door het daartoe bevoegde orgaan ingesteld en bijgevolg ontvankelijk.”

Lees meer

Zie ook