Toelichting

Dit artikel is opgeheven bij het bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen (BS 17 oktober 2006).

Artikel 17 van het bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen luidt als volgt:

“§ 1. Ieder heeft het recht verzoekschriften, door één of meer personen ondertekend, schriftelijk bij het Vlaams Parlement in te dienen. Zij mogen niet in persoon of door een afvaardiging van personen worden overhandigd.

§ 2. Het Vlaams Parlement kan de ingediende verzoekschriften naar de Vlaamse Regering verwijzen met het verzoek omtrent de inhoud ervan uitleg te verstrekken binnen de door het Vlaams Parlement bepaalde termijn.

Indien het niet mogelijk is om binnen die termijn de gevraagde uitleg te verstrekken, stelt de Vlaamse Regering het Vlaams Parlement hiervan schriftelijk, door een met redenen omkleed bericht, in kennis.

§ 3. De natuurlijke persoon die een verzoekschrift indient, of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene natuurlijke personen wordt ingediend, heeft recht op een antwoord binnen zes maanden na indiening van het verzoekschrift.

De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan eenmalig met drie maanden verlengd worden wanneer de motivering hiervoor schriftelijk aan de verzoeker of de eerste ondertekenaar meegedeeld wordt.

§ 4. Het decreet bepaalt de nadere voorwaarden waaronder dit recht wordt uitgeoefend en de wijze waarop de verzoekschriften worden behandeld.”


Reglement van het Vlaams Parlement, artikel 101 Zie artikel 28 van de Grondwet; artikel 17 van het bijzonder decreet van  7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen; het decreet van 6 juli 2001 houdende nadere regeling van het recht om verzoekschriften bij het Vlaams Parlement in te dienen.

1. Van de verzoekschriften wordt, vanaf de indiening ervan, kennisgegeven aan het Uitgebreid Bureau en aan de plenaire vergadering.

2. De voorzitter beslist over de kwalificatie van een brief als verzoekschrift en over de ontvankelijkheid van het verzoekschrift. Hij kan hierover advies inwinnen bij het Uitgebreid Bureau.

3. De voorzitter verwijst de ontvankelijke verzoekschriften naar de bevoegde commissie of naar de plenaire vergadering.

4. De commissie kan onder meer beslissen:

     

      a) het verzoekschrift ten gronde te behandelen;

      b) louter kennis te nemen van het verzoekschrift, indien ze oordeelt dat het verzoekschrift niet geschikt is voor parlementaire bespreking. Eventueel kan de commissie in dat geval het verzoekschrift doorzenden naar een andere instantie, of de verzoeker aanbevelen zich tot die andere instantie te wenden;

      c) kennis te nemen van het verzoekschrift en de verzoeker het verslag te bezorgen van eerdere parlementaire besprekingen, indien het verzoekschrift een vraag opwerpt die in de loop van dezelfde zittingsperiode al in een commissie of in de plenaire vergade­ring aan bod gekomen is bij de behandeling van een agendapunt, het verzoekschrift ter zake geen essentieel nieuw element aanbrengt, en de commissie een nieuwe parlementaire discussie hierover niet zinvol acht.

5. Met betrekking tot verzoekschriften die door ten minste 15.000 personen ondertekend zijn, is punt 4, b) en c), niet van toepassing.

6. In het geval, bedoeld in punt 4, a), wijst de commissie een of meer verslaggevers aan.

7. De commissie kan voor de behandeling van een verzoekschrift hoorzittingen houden, aan de verslaggever of ver­slaggevers opdracht geven om ter plaatse de feiten vast te stellen, of het verzoekschrift naar de Regering verwijzen met het verzoek omtrent de inhoud ervan uitleg te verstrekken binnen een termijn die door de commissie vastgelegd wordt.

8. De commissie brengt over een verzoekschrift dat ze ingevolge een beslissing als bedoeld in punt 4, a), heeft besproken, verslag uit aan de plenaire vergadering.

9. De plenaire vergadering spreekt zich uit over het verzoekschrift zelf als het werd verwezen naar de plenaire vergadering, of over de conclusies van de commissie als het werd verwezen naar, en ingevolge een beslissing als bedoeld in punt 4, a), besproken door de bevoegde commissie.

Iedere volksvertegenwoordiger kan voorstellen de conclusies van de commissie te amenderen zolang de plenaire vergadering ze niet heeft aangenomen.

10. De verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene personen werd ondertekend, wordt in de gevallen, bedoeld in punt 4, b) en c), door de voorzitter van de commissie op de hoogte ge­bracht van de beslissing van de commissie. De verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene personen werd ondertekend, wordt in het geval, bedoeld in punt 9, door de voorzitter op de hoogte gebracht van de uitspraak van de plenaire vergadering.

11. Driemaandelijks wordt een lijst opgesteld van alle verzoekschriften waarover in de voorbije periode de bevoegde instantie binnen het Parlement een eindbeslissing genomen heeft. De lijst bevat de datum van indiening van het verzoekschrift, het opschrift van het verzoekschrift, de beslissing, de datum van de beslissing, en in voorkomend geval een verwijzing naar het verslag of naar andere initiatieven die in samenhang met het verzoekschrift genomen werden. De lijst wordt onder de volksvertegenwoordigers en de leden van de Regering verspreid.