Trefwoorden:gemeenschaps- en gewestparlementen, vergoeding, parlementslid, parlementslid, vergoeding
Annot. Art. 31ter
Art. 31ter.
§ 1. Elk Parlement bepaalt het bedrag van de vergoeding die aan zijn leden wordt toegekend. Deze vergoeding heeft hetzelfde statuut als de vergoeding aan de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, welke zij niet mag overschrijden. Zij mag worden gecumuleerd met de vergoeding toegekend door een ander Parlement, voor zover de gecumuleerde vergoeding de vergoeding aan de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers niet overschrijdt.
Indien de gecumuleerde vergoeding de vergoeding aan de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers overschrijdt, wordt de vergoeding toegekend door het Parlement waarvoor het lid niet rechtstreeks gekozen is, dienovereenkomstig verminderd.
Elk Parlement bepaalt de vergoeding van de leden van zijn bureau.
Elk Parlement stelt ook de pensioenregeling van zijn leden vast en bepaalt de wijze waarop hun reiskosten worden terugbetaald.
§ 1bis. Het bedrag van de vergoedingen, wedden of presentiegelden, ontvangen als bezoldiging voor de door het lid van het Vlaams Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap en van het Waals Parlement naast zijn parlementair mandaat uitgeoefende activiteiten, mag de helft van het bedrag van de met toepassing van § 1 toegekende vergoeding niet overschrijden.
Voor de berekening van dat bedrag komen in aanmerking de vergoedingen, wedden of presentiegelden voortvloeiend uit de uitoefening van een openbaar mandaat, openbare functie of openbaar ambt van politieke aard.
Zo het in eerste lid vastgestelde plafond wordt overschreden, wordt de in § 1 vastgestelde vergoeding verminderd, behalve wanneer het mandaat van lid van het Vlaams Parlement, van het Parlement van de Franse Gemeenschap of van het Waals Parlement wordt gecumuleerd met een mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn. In dat geval wordt de wedde van burgemeester, schepen of voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn verminderd.
Nemen de in het eerste en tweede lid vermelde activiteiten een aanvang of een einde tijdens de duur van het parlementair mandaat, dan brengt het lid van de betrokken Raad de voorzitter van zijn assemblée daarvan op de hoogte.
Het reglement van elke assemblee stelt nadere regels voor de uitvoering van deze bepalingen.
§ 2. De lasten voortvloeiend uit de toepassing van § 1 worden gedragen door de begroting van de Gemeenschap of het Gewest van het betrokken Parlement.