Trefwoorden:gemeenschaps- en gewestparlementen, zetelverdeling, verkiezingen, verkiezingen, gemeenschaps- en gewestparlementen, verkiezingen, zetelverdeling
Annot. Art. 29septies
Art. 29septies.
Het provinciaal centraal bureau wijst vervolgens de kieskringen aan waar de verbonden lijsten de hun toekomende aanvullende zetel of zetels zullen verkrijgen.
Voor de alleenstaande lijsten is de aanwijzing volkomen duidelijk en heeft de toekenning het eerst plaats, en wel te beginnen met de lijsten die de hoogste in aanmerking komende quotiënten hebben.
Voor de verbonden lijsten geschiedt de aanwijzing als volgt :
De volgorde van belangrijkheid van de in artikel 29sexies, § 1, laatste lid, bedoelde quotiënten bepaalt de orde waarin elke groep achtereenvolgens aan de beurt komt om de nog toe te kennen zetel te bezetten.
Samen met elke groep komt de kieskring aan de beurt waar de groep een zetel verkrijgt.
Te dien einde schrijft het provinciaal centraal bureau onder elkaar, in evenveel kolommen als er groepen voor de verdeling aan de beurt komen, de breuken voor zeteltoewijzing vermeld in de bij artikel 29quinquies bedoelde processen-verbaal van elke kieskring, rangschikt ze in de volgorde van hun belangrijkheid, waarbij de breuk die de eenheid het dichtst benadert, eerst komt, en vermeldt tegenover elke breuk de naam van de kieskring waarop zij betrekking heeft.
De groep waaraan de eerste zetel bij de aanvullende toekenning van de mandaten toekomt, verkrijgt hem in de kieskring die bovenaan staat in de aan die groep toegewezen kolom, en zo vervolgens. Heeft de aan de beurt komende kieskring het volle aantal zetels reeds gekregen, dan gaat de zetel die de aan de beurt komende groep toekomt, naar de kieskring die onmiddellijk volgt in dezelfde kolom, en in voorkomend geval naar de daarop volgende kieskring.
Zijn alle zetels reeds toegekend in de kieskringen waar de groep kandidaten heeft, dan kan de aanvullende zetel haar niet worden toegekend en wordt het mandaat dat nog openstaat in de kieskring waar de groep geen kandidaten heeft, aan een andere lijst toegekend overeenkomstig het volgende lid.
Wanneer, nadat de lijsten aan de beurt gekomen zijn en de kieskringen aangewezen zijn, bevonden wordt dat in een kieskring een lijst meer zetels verkrijgt dan zij er kandidaat-titularissen en -opvolgers telt, voegt het provinciaal centraal bureau de niet-toegekende zetels bij die welke aan de overige lijsten in dezelfde kieskring toekomen, en zet te dien einde de in artikel 29sexies, § 1, omschreven bewerkingen voort; ieder nieuw quotiënt brengt toekenning mee van een zetel aan de betrokken groep of lijst die een toereikend aantal (kandidaat-titularissen en -opvolgers) telt in de kieskring.