Trefwoorden:adoptie, als misdrijf omschreven feit, bejaardenbeleid, bemiddeling in strafzaken, bijstand aan personen, ... (toon meer)
Annot. Art. 5
Art. 5.
§ 1. De persoonsgebonden aangelegenheden bedoeld in artikel 128, § 1 , van de Grondwet, zijn :
Annot. Art. 5, § 1, I
I. Wat het gezondheidsbeleid betreft :
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 1°
1° onverminderd datgene wat bepaald is in het eerste lid, 2°, 3°, 4°, 5° en 6°, het beleid betreffende de zorgverstrekkingen in en buiten de verplegingsinrichtingen met uitzondering van :
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 1°, a)
a) de organieke wetgeving, met uitzondering van de investeringskost van de infrastructuur en de medisch-technische diensten;
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 1°, b)
b) de financiering van de exploitatie, wanneer deze geregeld is door de organieke wetgeving en dit onverminderd de bevoegdheden van de gemeenschappen bedoeld onder a);
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 1°, c)
c) de basisregelen betreffende de programmatie;
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 1°, d)
d) de bepaling van de voorwaarden en de aanwijzing tot universitair ziekenhuis overeenkomstig de wetgeving op de ziekenhuizen;
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 2°
2° het beleid betreffende de verstrekkingen van geestelijke gezondheidszorg in de verplegingsinrichtingen buiten de ziekenhuizen;
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 3°
3° het beleid betreffende de zorgverstrekkingen in oudereninstellingen, met inbegrip van de geïsoleerde geriatriediensten;
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 4°
4° het beleid betreffende de zorgverstrekkingen in geïsoleerde diensten voor behandeling en revalidatie;
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 5°
5° het beleid inzake long term care revalidatie;
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 6°
6° de organisatie van de eerstelijnsgezondheidszorg en de ondersteuning van de gezondheidszorgberoepen van de eerste lijn;
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 7°
7° wat betreft de gezondheidszorgberoepen :
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 7°, a)
a) hun erkenning met naleving van de door de federale overheid bepaalde erkenningsvoorwaarden;
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 7°, b)
b) hun contingentering, rekening houdende, in voorkomend geval, met het globale aantal dat de federale overheid per gemeenschap jaarlijks kan vastleggen voor de toegang van elk van de gezondheidszorgberoepen;
Annot. Art. 5, § 1, I, eerste lid, 8°
8° de gezondheidsopvoeding alsook de activiteiten en diensten op het vlak van de preventieve gezondheidszorg, evenals alle initiatieven inzake de preventieve gezondheidszorg.
Annot. Art. 5, § 1, I, tweede lid
De federale overheid blijft evenwel bevoegd voor :
Annot. Art. 5, § 1, I, tweede lid, 1°
1° de ziekte- en invaliditeitsverzekering;
Annot. Art. 5, § 1, I, tweede lid, 2°
2° de nationale maatregelen inzake profylaxis.
Annot. Art. 5, § 1, I, derde lid
Elk voorontwerp of voorstel van decreet, elk amendement op een ontwerp of voorstel van decreet, evenals ieder ontwerp van besluit van een gemeenschap met als doel om de erkenningsnormen van ziekenhuizen, ziekenhuisdiensten, zorgprogramma's en ziekenhuisfuncties vast te leggen, wordt voor verslag voorgelegd aan de algemene vergadering van het Rekenhof zodat zij de gevolgen op korte en lange termijn op de begroting van de federale overheid en van de sociale zekerheid evalueert.
Annot. Art. 5, § 1, I, vierde lid
Dit verslag wordt ook overgemaakt aan de federale regering evenals aan alle gemeenschapsregeringen.
Annot. Art. 5, § 1, I, vijfde lid
Na verplicht advies te hebben ingewonnen van het Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering en de bevoegde administratie van de betrokken gemeenschap en na, in voorkomend geval, het facultatief advies te hebben ingewonnen van het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg, brengt de algemene vergadering van het Rekenhof binnen de twee maanden na de ontvangst van het voorontwerp, het voorstel, het amendement of het ontwerp een omstandig verslag uit met betrekking tot de gevolgen van deze normen, op korte en lange termijn, op de begroting van de federale overheid en van de sociale zekerheid. Deze termijn kan met één maand worden verlengd.
Annot. Art. 5, § 1, I, zesde lid
Dit verslag wordt meegedeeld door het Rekenhof aan de aanvrager van het verslag, aan de federale regering en aan alle gemeenschapsregeringen.
Annot. Art. 5, § 1, I, zevende lid
Indien het verslag stelt dat het aannemen van deze normen, op korte of lange termijn, een negatieve impact heeft voor de begroting van de federale overheid en van de sociale zekerheid, zal een overleg plaatsvinden tussen de federale regering en de gemeenschapsregeringen op vraag van de federale regering of de betrokken gemeenschapsregering. Indien dit overleg niet tot een akkoord leidt, zullen de normen onderworpen worden aan het akkoord van de federaal bevoegde ministers of aan het akkoord van de Ministerraad indien één van zijn leden de evocatie van het dossier vraagt.
Annot. Art. 5, § 1, I, achtste lid
Indien het verslag niet wordt gegeven binnen de termijn van twee maanden, verlengd met één maand, kan het overleg zoals bepaald in het zevende lid plaatsvinden op initiatief van de betrokken gemeenschapsregering of de federale regering.
Annot. Art. 5, § 1, I, negende lid
Het Rekenhof stelt elk jaar een omstandig verslag op dat betrekking heeft op de weerslag, tijdens het vorige begrotingsjaar, van de van kracht zijnde erkenningsnormen van de gemeenschappen op de begroting van de federale overheid en van de sociale zekerheid. Dit verslag wordt meegedeeld aan de federale regering en aan de gemeenschapsregeringen.
Annot. Art. 5, § 1, II
II. Wat de bijstand aan personen betreft :
Annot. Art. 5, § 1, II, 1°
1° Het gezinsbeleid met inbegrip van alle normen van hulp en bijstand aan gezinnen en kinderen.
Annot. Art. 5, § 1, II, 2°
2° Het beleid inzake maatschappelijk welzijn, met inbegrip van de organieke regels betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van :
a) de vaststelling van het minimumbedrag, de toekenningsvoorwaarden en de financiering van het wettelijk gewaarborgd inkomen overeenkomstig de wetgeving tot instelling van het recht op een bestaansminimum;
b) de aangelegenheden met betrekking tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die geregeld zijn in de artikelen 1 en 2 en in de hoofdstukken IV, V en VII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, onverminderd de bevoegdheid van de Gemeenschappen om aanvullende of bijkomende rechten toe te kennen en met uitsluiting van de bevoegdheid van de gewesten voor de tewerkstelling van personen die het recht op maatschappelijke integratie of het recht op financiële maatschappelijke bijstand genieten bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 2/1° ;
c) de aangelegenheden met betrekking tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn die geregeld zijn in de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de commissies van openbare onderstand;
d) de regelingen met betrekking tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van de gemeenten bedoeld in artikelen 6 en 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en van de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, die opgenomen zijn in de artikelen 6, § 4, 11, § 5, 18ter, 27, § 4, en 27bis, § 1, laatste lid, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en in de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de nieuwe gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen, zoals gewijzigd door de bijzondere wet van 19 juli 2012 .
Annot. Art. 5, § 1, II, 3°
3° Het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen;
Annot. Art. 5, § 1, II, 4°
4° Het beleid inzake minder-validen, met inbegrip van minder-validen en de mobiliteitshulpmiddelen , met uitzondering van :
a) de regelen betreffende en de financiering, met inbegrip van de individuele dossiers, van de toelagen aan de mindervaliden behoudens de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden;
b) de regelen betreffende de financiële tegemoetkoming voor de tewerkstelling van minder-valide werknemers, die toegekend wordt aan de werkgevers die minder-validen tewerkstellen.
Annot. Art. 5, § 1, II, 5°
5° Het bejaardenbeleid met uitzondering van de vaststelling van het minimumbedrag, van de toekenningsvoorwaarden en van de financiering van het wettelijk gewaarborgd inkomen voor bejaarden.
Annot. Art. 5, § 1, II, 6°
6° De jeugdbescherming, met inbegrip van de sociale bescherming en de gerechtelijke bescherming, maar met uitzondering van :
a) de burgerrechtelijke regels met betrekking tot het statuut van de minderjarigen en van de familie, zoals die vastgesteld zijn door het Burgerlijk Wetboek en de wetten tot aanvulling ervan;
b) de strafrechtelijke regels waarbij gedragingen die inbreuk plegen op de jeugdbescherming, als misdrijf worden omschreven en waarbij op die inbreuken straffen worden gesteld, met inbegrip van de bepalingen die betrekking hebben op de vervolgingen, onverminderd artikel 11 en artikel 11bis ;
c) de organisatie van de jeugdgerechten, hun territoriale bevoegdheid en de rechtspleging voor die gerechten;
d) de uitvoering van de straffen uitgesproken ten aanzien van minderjarigen die een als een misdrijf omschreven feit hebben gepleegd die uit handen zijn gegeven, behalve voor het beheer van centra die bestemd zijn voor de opvang van deze jongeren tot de leeftijd van drieëntwintig jaar;
e) de ontzetting uit de ouderlijke macht en het toezicht op de gezinsbijslag of andere sociale uitkeringen.
Annot. Art. 5, § 1, II, 7°
7° De sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale reïntegratie.
Annot. Art. 5, § 1, II, 8°
8° de juridische eerstelijnsbijstand.
Annot. Art. 5, § 1, III
III. De organisatie, de werking en de opdrachten van de justitiehuizen en van de bevoegde dienst die de uitwerking en de opvolging van het elektronisch toezicht verzekert.
Niettemin bepaalt de federale overheid de opdrachten die de justitiehuizen of, in voorkomend geval, de andere diensten van de gemeenschappen die deze overnemen, uitoefenen in het kader van de gerechtelijke procedure of de uitvoering van gerechtelijke beslissingen.
Annot. Art. 5, § 1, IV
IV. De gezinsbijslagen.
Annot. Art. 5, § 1, V
V. De filmkeuring, met het oog op de toegang van minderjarigen tot bioscoopzalen.
Annot. Art. 5, § 2
§ 2. De Gemeenschapsregeringen brengen de bevoegde federale overheid op de hoogte van hun beslissingen inzake erkenning, sluiting en investeringen betreffende de aangelegenheden bedoeld in § 1, I, 1°;
Annot. Art. 5, § 3
§ 3. Er wordt een overlegorgaan voor het gezondheidsbeleid opgericht in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.
Dit overlegorgaan groepeert de vertegenwoordigers van de Gemeenschapsregeringen en van de bevoegde federale overheid.
Zijn samenstelling en opdrachten worden bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Dit koninklijk besluit zal toezien op de aanwezigheid van vertegenwoordigers van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.