Trefwoorden:volksraadpleging
Annot. Art. 118quater
Art. 118quater.
Binnen tien dagen na ontvangst van de door de griffier krachtens artikel 118ter gedane kennisgevingen kunnen de Ministerraad, de Gewest- en Gemeenschapsregeringen, de voorzitters van de andere wetgevende vergaderingen dan die waarvan het verzoek uitgaat en de initiatiefnemer van de volksraadpleging een memorie tot het Hof richten. De memorie bevat een inventaris van de ter staving aangevoerde stukken.
Bij elk verzoek of memorie worden tien door de ondertekenaar voor eensluidend verklaarde afschriften gevoegd. Het indienen van bijkomende afschriften kan bevolen worden.
De memories die niet zijn ingediend binnen de in het eerste lid bepaalde termijn, worden uit de debatten geweerd.