Art. 111.
Het arrest bevat de gronden en het beschikkend gedeelte. Het vermeldt :
1° de naam van elk van de partijen en, in voorkomend geval, de naam en de hoedanigheid van de personen die hen vertegenwoordigen alsook van hun raadslieden;
2° de bepalingen op het gebruik van de talen die zijn toegepast;
3° de memories ingediend door de partijen, alsmede hun eventuele aanwezigheid en die van hun raadslieden op de terechtzitting;
4° de datum van ondertekening van het arrest en de naam van de rechters die erover hebben beraadslaagd.