Art. 106.
Op de terechtzitting vat de verslaggever die behoort tot de groep waarvan de taal die van het onderzoek is, de feitelijke toedracht van de zaak samen en vermeldt hij de rechtsvragen die het Hof moet oplossen.
De verslaggever die behoort tot de andere taalgroep kan, in voorkomend geval, een aanvullend verslag uitbrengen.
Indien daartoe grond bestaat, hoort het Hof de personen die het besloten heeft te horen, alsook de deskundigen.
Alleen de partijen die een verzoekschrift of een memorie hebben ingediend en hun advocaten worden tot de debatten toegelaten; zij mogen alleen mondelinge opmerkingen voordragen.
De voorzitter verklaart daarna de debatten voor gesloten en stelt de zaak in beraad.