Art. 94bis.
§ 1. Wanneer bij het Hof een prejudiciële vraag aanhanging wordt gemaakt die is gesteld door de Raad van State krachtens artikel 6, § 1, VIII, 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, geeft de griffier kennis van de verwijzingsbeslissing overeenkomstig artikel 77.
§ 2. Binnen tien dagen na ontvangst van de kennisgeving kunnen de Ministerraad, de Regeringen, de voorzitters van de wetgevende vergaderingen en de adressaten van de kennisgevingen een memorie zenden aan het Hof.
§ 3. Bij het verstrijken van de in § 2 bedoelde termijn, beslist het Hof, na de verslaggevers te hebben gehoord, of de zaak al dan niet in gereedheid is. De beschikking waarbij wordt beslist dat de zaak in gereedheid is, bepaalt de rechtsdag van de terechtzitting. Daarvan wordt kennisgegeven aan de partijen ten minste drie dagen vóór de datum van de terechtzetting. Tijdens de termijn tussen de kennisgeving en de beschikking tot rechtsdagbepaling van de terechtzitting kunnen de partijen het dossier raadplegen op de griffie.