Art. 94.
Het Hof bepaalt bij beschikking de opdracht van de deskundigen die het aanstelt, alsook de termijn voor het indienen van hun verslag. De griffier geeft van dat bevel kennis aan de deskundigen en aan de partijen.
De artikelen 966 tot 970 van het Gerechtelijk Wetboek zijn mede van toepassing op de aangestelde deskundigen.
Binnen acht dagen na de in het eerste lid bedoelde kennisgeving, stellen de deskundigen, bij een ter post aangetekende brief, elke partij in kennis van de plaats, de dag en het uur waar en waarop zij hun verrichtingen zullen aanvangen.
De nodige stukken worden de deskundigen ter hand gesteld; de partijen kunnen zodanige voordrachten en vorderingen doen als zij goedvinden; melding ervan wordt gemaakt in het verslag, waarvan de inleidende gegevens ter kennis worden gebracht van de partijen.
Behoudens verhindering, door de griffier bij de indiening van het verslag vastgesteld, wordt het verslag getekend door alle deskundigen. De handtekening van de deskundigen wordt voorafgegaan door de eed:
"Ik zweer dat ik in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk, mijn opdracht heb vervuld", of
"Je jure que j'ai rempli ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité", of
"Ich schwöre, daß ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen, genau und erhlich erfüllt habe".
De minuut van het verslag wordt ter griffie neergelegd. De partijen worden hiervan door de griffier in kennis gesteld.
Het Hof kan, om gewichtige redenen en bij gemotiveerde beslissing, een einde maken aan de opdracht van de deskundigen en in hun vervanging voorzien na hen te hebben gehoord. De griffier geeft van de beslissing kennis aan de deskundigen en aan de partijen.