Art. 92.
Het Hof kan beslissen dat de in artikel 91, 3° bedoelde personen onder ede worden gehoord, nadat de partijen en hun advocaten zijn opgeroepen.
In dat geval leggen zij de volgende eed af:
"Ik zweer in eer en geweten dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen", of
"Je jure en honneur et conscience de dire toute la vérité, rien que la vérité", of
"Ich schwöre auf Ehre und Gewissen, die ganze Wahrheit und nur die Wahrheit zu sagen".
Iedere opgeroepene is gehouden te verschijnen en aan de oproeping gevolg te geven. Hij die weigert te verschijnen, de eed af te leggen of te getuigen, wordt gestraft met geldboete van zesentwintig tot honderd frank.
Van het niet-verschijnen of van de weigering om onder ede te getuigen wordt proces-verbaal opgemaakt; dit wordt gezonden aan de procureur des Konings van het arrondissement waar de persoon moest worden gehoord.
De bepalingen van het Strafwetboek betreffende valse getuigenis in burgerlijke zaken en betreffende verleiding van getuigen zijn mede van toepassing op de in dit artikel bepaalde onderzoeksprocedure.
Het proces-verbaal van het verhoor wordt getekend door de voorzitter of door de rechters van het Hof die het verhoor hebben gehouden, door de griffier en door de gehoorde personen.