Art. 91.
Het Hof beschikt over de ruimste onderzoeks- en opsporingsbevoegdheden.
Het kan met name:
1° rechtstreeks briefwisseling voeren met de Eerste Minister, met de voorzitters van de wetgevende vergaderingen en van de Regeringen (verv. Bijz. W. 16 juli 1993, art. 127, I: 30 juli 1993), alsmede met iedere andere openbare overheid;
2° de partijen op tegenspraak horen en zich door die partijen en door iedere openbare overheid alle de zaak betreffende stukken en gegevens doen overleggen;
3° iedere persoon horen die het nuttig acht te horen;
4° elke vaststelling ter plaatse doen;
5° deskundigen aanstellen.
Het kan, bij beschikking, aan de verslaggevers de onderzoeks- of opsporingsbevoegdheden delegeren die het bepaalt.