Art. 76.
§ 1. De griffier brengt de door de Ministerraad ingestelde beroepen tot vernietiging ter kennis van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de voorzitters van de wetgevende vergaderingen.
§ 2. Hij brengt de door een Gemeenschaps- of Gewestregering ingestelde beroepen tot vernietiging ter kennis van de Ministerraad en van de andere Regeringen en van de voorzitters van de wetgevende vergaderingen.
§ 3. Hij brengt de door de voorzitter van een wetgevende vergadering ingestelde beroepen tot vernietiging ter kennis van de Ministerraad, van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de voorzitters van de andere wetgevende vergaderingen.
§ 4. Hij brengt de door een individuele belanghebbende ingestelde beroepen tot vernietiging ter kennis van de Ministerraad en van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de voorzitters van de wetgevende vergaderingen.