Art. 71.
Indien het beroep tot vernietiging of de prejudiciële vraag klaarblijkelijk niet ontvankelijk lijkt of klaarblijkelijk niet tot de bevoegdheid van het Hof behoort, brengen de verslaggevers hierover bij de voorzitter verslag uit binnen een termijn van maximum dertig dagen na ontvangst van het verzoekschrift of van de verwijzingsbeslissing; indien de bestreden regel tevens het onderwerp is van een vordering tot schorsing, wordt deze termijn teruggebracht tot maximum vijftien dagen.
De conclusies van de verslaggevers worden door de griffier ter kennis gebracht van de partijen binnen de in het eerste lid bepaalde termijn. De partijen beschikken over vijftien dagen, te rekenen van de ontvangst van de kennisgeving, om een memorie met verantwoording in te dienen.
De beperkte kamer kan dan, met eenparigheid van stemmen beslissen dat de zaak zonder verdere rechtspleging wordt afgedaan met een arrest dat het beroep of de vraag niet ontvankelijk verklaart of waarin wordt vastgesteld dat het Hof niet bevoegd is.
Wordt het voorstel om een arrest van niet-ontvankelijkheid of niet-bevoegdheid uit te spreken niet gevolgd, dan stelt de beperkte kamer dit bij beschikking vast.