Art. 62.
De zaken worden bij het Grondwettelijk Hof ingediend in het Nederlands, in het Frans of in het Duits.
In de akte en verklaringen:
1° gebruikt de Ministerraad het Nederlands of het Frans, naar gelang van de regels bepaald in artikel 17, § 1, van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;
2° gebruiken de Regeringen hun bestuurstaal;
3° gebruiken de rechtscolleges de taal of de talen waarin zij hun beslissing moeten stellen;
4° gebruiken de voorzitters van de Wetgevende Kamers, de voorzitter van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de voorzitter van de verenigde vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het Nederlands en het Frans;
5° gebruiken de voorzitter van het Vlaams Parlement het Nederlands, de voorzitter van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap het Duits, en de voorzitters van het Parlement van de Franse Gemeenschap, van het Waals Parlement en van de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie het Frans;
6° gebruiken de personen die doen blijken van een belang, de taal die zij verkiezen behalve indien zij onderworpen zijn aan de wetgeving op het gebruik der talen in bestuurszaken, in welk geval zij de taal gebruiken die hen is opgelegd door de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;
7° gebruikt de verkozen kandidaat die een beroep instelt tegen een beslissing van de Controlecommissie, de taal waarin hij de eed heeft afgelegd;
8° gebruikt de Controlecommissie in geval van beroep tegen een van haar beslissingen de taal van de verzoeker.
Het Hof stelt ambtshalve de nietigheid vast van de akten en verklaringen van de Ministerraad, van de Regeringen, van de voorzitters van de wetgevende vergaderingen en van de personen onderworpen aan de wetgeving op het gebruik der talen in bestuurszaken die niet aan het Hof worden gericht in de door het tweede lid opgelegde taal.