Art. 56.
Het Grondwettelijk Hof komt in voltallige zitting bijeen om de nodige beslissingen te nemen met toepassing van de artikelen 37, 38, 42, 43, 44, 49, 50, 100 en 122.
Wanneer hij het nodig oordeelt, kan elk van beide voorzitters een zaak voorleggen aan het Grondwettelijk Hof in voltallige zitting. De voorzitters zijn ertoe gehouden wanneer van de zeven rechters die overeenkomstig artikel 55 de zetel samenstellen, twee rechters erom verzoeken.
In voltallige zitting kan het Hof slechts uitspraak doen voor zover er ten minste tien rechters en evenveel Nederlandstalige als Franstalige rechters aanwezig zijn. Zo aan deze laatste voorwaarde niet is voldaan, moet de jongstbenoemde rechter of, in voorkomend geval, de jongste rechter in jaren van de talrijkste taalgroep, zich van elke beslissing onthouden.
Wanneer het Hof uitspraak doet in voltallige zitting, is bij staking van stemmen, de stem van de voorzitter beslissend. Wanneer de voorzitter afwezig of verhinderd is, wordt hij vervangen door de oudstbenoemde rechter of, in voorkomend geval, de oudste rechter in jaren van dezelfde taalgroep.