Art. 55.
Onverminderd het bepaalde in artikel 56 houdt het Grondwettelijk Hof zijn terechtzittingen, beraadslaagt het en doet het uitspraak met zeven rechters: drie Nederlandstalige, drie Franstalige en de voorzitter, of bij diens ontstentenis, de oudstbenoemde rechter of, in voorkomend geval, de oudste rechter in jaren van dezelfde taalgroep.
Onder de zeven rechters, bedoeld in het eerste lid, moeten ten minste twee rechters voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 34, § 1, 1°, en ten minste twee rechters aan de voorwaarde gesteld in artikel 34, § 1, 2°.
Wanneer het een zaak betreft die moet worden behandeld in de taal die niet de taal is van de taalgroep waartoe hij behoort, delegeert de voorzitter zijn bevoegdheden aan de andere voorzitter of, bij diens ontstentenis, aan de oudstbenoemde rechter of, in voorkomend geval, de oudste rechter in jaren van de andere taalgroep.
Elke beslissing wordt genomen bij meerderheid van stemmen van de leden.