Art. 46.
Het is de voorzitters, de rechters, de referendarissen en de griffiers verboden:
1° mondeling of schriftelijk de verdediging van de belanghebbenden te voeren of hun consult te geven;
2° in een scheidsgerecht op te treden tegen bezoldiging;
3° hetzij persoonlijk, hetzij door een tussenpersoon, enige beroepsactiviteit uit te oefenen, enige handel te drijven, als zaakwaarnemer op te treden, deel te nemen aan de leiding, het bestuur van of het toezicht op handelsvennootschappen of nijverheids- of handelsinrichtingen.