Art. 44.
De ambten van rechter, van referendaris en van griffier zijn onverenigbaar met de rechterlijke ambten, met de uitoefening van een bij verkiezing verleend openbaar ambt, met enige openbare functie of openbaar mandaat van politieke of administratieve aard, met het ambt van notaris of van gerechtsdeurwaarder, met het beroep van advocaat, met de militaire stand en met de functie van bedienaar van een erkende eredienst.
Van het eerste lid kan door de Koning, op gunstig en beredeneerd advies van het Hof, worden afgeweken:
1° wanneer het gaat om de uitoefening van het ambt van hoogleraar of leraar, docent, lector of assistent in een inrichting voor hoger onderwijs, voor zover het ambt gedurende niet meer dan vijf uur per week en gedurende niet meer dan twee halve dagen per week wordt uitgeoefend;
2° wanneer het gaat om de uitoefening van het ambt van lid van een examencommissie;
3° wanneer het gaat om de deelneming aan een commissie, een raad of comité van advies, voor zover het aantal bezoldigde opdrachten of ambten beperkt blijft tot twee en het geheel van de bezoldiging niet hoger is dan een tiende van de jaarlijkse brutowedde van het hoofdambt in het Hof.