Annot. Art. 34
Art. 34.
§ 1. Om tot rechter van het Grondwettelijk Hof te worden benoemd, moet men volle veertig jaar oud zijn en aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
1° in België ten minste vijf jaar het ambt hebben bekleed:
a) hetzij van raadsheer, van procureur-generaal, van eerste advocaat-generaal of van advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie;
b) hetzij van Staatsraad of van auditeur-generaal, van adjunct-auditeur-generaal, van eerste auditeur of van eerste referendaris bij de Raad van State;
c) hetzij van referendaris bij het Grondwettelijk Hof;
d) hetzij van gewoon hoogleraar, buitengewoon hoogleraar, hoogleraar, geassocieerd hoogleraar in de rechten aan een Belgische universiteit;
2° ten minste vijf jaar lid zijn geweest van de Senaat, de Kamer van volksvertegenwoordigers of een gemeenschaps- of gewestparlement.
§ 2. Het Hof telt, onder zijn Nederlandstalige, respectievelijk Franstalige rechters, evenveel rechters die voldoen aan de voorwaarden bepaald in § 1, 1°, als rechters die voldoen aan de voorwaarde bepaald in § 1, 2°.
Onder de rechters die voldoen aan de in § 1, 1°, bepaalde voorwaarden moet ten minste één rechter voldoen aan de voorwaarde bedoeld onder a), of aan de voorwaarde bedoeld onder b), ten minste één rechter voldoen aan de voorwaarde bedoeld onder c) en ten minste één rechter voldoen aan voorwaarde bedoeld onder d).
§ 3. Een kandidaat, voorgedragen op grond van de voorwaarden bepaald in § 1, 1°, kan niet worden voorgedragen op grond van de voorwaarde bepaald in § 1, 2°.
Een kandidaat, voorgedragen op grond van de voorwaarde bepaald in § 1, 2°, kan niet worden voorgedragen op grond van de voorwaarden bepaald in § 1, 1°.
§ 4. Ten minste één rechter van het Hof, behorend tot de rechters die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 1, 1°, moet het bewijs leveren van een voldoende kennis van de Duitse taal. De Koning bepaalt de wijze waarop het bewijs van de kennis van het Duits wordt geleverd.
§ 5. Het Hof telt rechters van verschillend geslacht, zowel wat betreft de rechters bedoeld in § 1, 1°, als deze bedoeld in § 1, 2°.
Het Hof telt ten minste één derde rechters van elk geslacht.