Trefwoorden:Grondwettelijk Hof, prejudiciële vraag
Annot. Art. 30
Art. 30.
De beslissing om aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen schort de procedure en de termijnen van procedure en verjaring op vanaf de datum van die beslissing tot de datum waarop het arrest van het Grondwettelijk Hof ter kennis wordt gebracht van het rechtscollege dat de prejudiciële vraag heeft gesteld. Een afschrift ervan wordt aan de partijen gezonden.
Het rechtscollege kan evenwel, zelfs ambtshalve, de vereiste voorlopige maatregelen nemen, onder meer om de bescherming te verzekeren van de rechten die door de rechtsorde van de Europese Unie zijn toegekend.