Trefwoorden:Grondwettelijk Hof, prejudiciële vraag
Annot. Art. 27
Art. 27.
§ 1. Prejudiciële vragen worden bij het Hof aanhangig gemaakt door overzending van een door de voorzitter en door de griffier van het rechtscollege ondertekende expeditie van de beslissing tot verwijzing.
§ 2. De beslissing tot verwijzing vermeldt de bepalingen van de wet, het decreet of de in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel die het onderwerp uitmaken van de vraag; in voorkomend geval preciseert zij bovendien welke artikelen van de Grondwet of van de bijzondere wetten ter zake dienend zijn. Het Grondwettelijk Hof kan evenwel de gestelde prejudiciële vraag herformuleren.