Trefwoorden:Grondwettelijk Hof, schorsing, verkiezingsuitgaven
Annot. Art. 25
Art. 25.
Het Hof wijst zijn arrest op de hoofdvordering binnen drie maanden na de uitspraak van het arrest dat de schorsing beveelt. De termijn kan niet worden verlengd.
Indien het arrest op de hoofdvordering niet gewezen is binnen die termijn, houdt de schorsing onmiddellijk op gevolg te hebben.