Rechtspraak en adviezen

Grondwettelijk Hof 4 oktober 2018, nr. 130/2018

"B.1. De verzoekende partij vordert zowel de schorsing als de vernietiging van de artikelen 11 en 26 van de wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 maart 2018.

B.2. Krachtens artikel 21, tweede lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof is een vordering tot schorsing slechts ontvankelijk wanneer zij wordt ingediend binnen een termijn van drie maanden na de bekendmaking van de wet, het decreet of de in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel.

Uit die bepaling volgt dat de laatste dag waarop een verzoekschrift tot schorsing van de bestreden bepalingen kon worden ingediend 15 juni 2018 was.

B.3. Het verzoekschrift is gedateerd op 18 juni 2018 en is ingekomen op het Hof op 19 juni 2018, zodat het wat de vordering tot schorsing betreft, niet ontvankelijk is.

B.4. De vordering tot schorsing is klaarblijkelijk niet ontvankelijk."