Trefwoorden:Grondwettelijk Hof, schorsing
Annot. Art. 21
Art. 21.
De schorsing wordt gevorderd in het verzoekschrift tot vernietiging of in een afzonderlijke, overeenkomstig artikel 5 ondertekende akte, die bij het verzoekschrift gevoegd wordt of in de loop van het geding ingediend wordt.
In afwijking van artikel 3, zijn de verzoekschriften tot schorsing slechts ontvankelijk wanneer zij worden ingediend binnen een termijn van drie maanden na de bekendmaking van de wet, het decreet of de in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel.