Huidige taal
Art. 74.
De motie wordt voorgelegd aan een college dat is samengesteld uit de voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, van de Senaat, van het Parlement van de Franse Gemeenschap en van het Vlaams Parlement, alsmede uit de voorzitter van het Parlement.
Dit college staat beurtelings onder het voorzitterschap van de voorzitter van de Senaat en van de voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
Het college spreekt zich uit over de ontvankelijkheid van de motie, rekening houdend met de bepalingen van artikel 73.
De beslissing over de ontvankelijkheid schorst het onderzoek van de betwiste bepalingen.
In dit geval worden het ontwerp of voorstel van decreet alsook de motie naar de Wetgevende Kamers verwezen, die zich over de inhoud van de motie uitspreken.
Andere talen